Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lawela we-al. Soms maakt het spraakgebruik een klein onderscheid: fe-alofan-i is «malkander beminnen», doch fe-alofai, met malkander overspel bedrijven, hoereeren; analoog met dit laatste is F. veitJatfalaki, te laat gekomen, eig. misgeloopen. Iets intensiefs ligt in zulke woorden als fe-masa-ai, snel ebben; hier zou 't F. evenzeer aki, aka bezigen. In atoai, dekken met; tangisal, zich beklagen wegens 1; en. dgl. heeft ai de gewone beteekenis; duidelijk is ook de tegenstelling van tapuai, heilig houden, heilig beschouwen, zegenen, tot tapu-i, verbieden (omdat hierbij steeds aan personen wien iets verboden wordt gedacht wordt).

Het F. drukt dit tapui eenigszins anders uit, en wel door vakatatabuya dus door het transitief opan(= ƒ), met voorvoeging van vaka; 't am. daarentegen bezit faatapuai, en wel in den zin van tapuai. In 'tMao. schijnt -ake nagenoeg uitgestorven te wezen; 'teenigste niet twijfelachtige voorbeeld, dat ik heb kunnen vinden, is motuhake, gescheiden; weinig verschillende van m o t u h-ia, af te scheiden, afzonderlijk, Sam. m o t u s-ia.

-venals de aanhechtsels -zen an, kunnen ook aki en akan zekere medek inkers vóór zich hebben. Gedeeltelijk zijn die medeklinkers niets anders dan de nu eens onveranderde, dan eens gewijzigde sluiters van den stam, zooals deze eenmaal luidde; gedeeltelijk zijn het ingelaschte klanken, en wel klinkerscheiders of overgangsletters. Niettemin zijn de regelen die het F. bi; de aanhechting van het dubbelstel affixen volgt, niet geheel dezelfde; t voornaamste verschil openbaart zich bij de voorvoeging eener t bij aki aka, zonder dat van dezelfde stammen transitieven op ti, ta afgeleid worden.'

et is een vaste regel dat de vorm met voorgeslagen t moet gebruikt worden bij alle dusdanige causatieven waarin het voorwerp van de handeling des veroorzakers als lijdend gedacht wordt. Dus rongo-taka of vaka-

rongo-taka, maken dat gehoord wordt, ruchtbaar maken; van kila, waarin 't begrip ligt van kijken, komt met achtervoegsel -i of -an: kilai kila, inzien, kennen, begrijpen; vaka-takila is «(iemand) bekend maken' (met iets), maken dat iemand ziet»; uit vaka en takila, d. i. Mal. tar, en kila dus: bekend; doch vaka-takilakila-taka is «maken dat iets'gekend wordt», d. i. met een teeken voorzien. Zoo ook vakaraitaka, maken at iets^ gezien wordt, (iets) toonen; vakarairaitaka maken dat iets verschijnt2, van rai, dat zonder voorvoegsel reeds «gezien worden, in 't gezicht vallen» uitdrukt. Zoowel van rongo als van rai luiden de transitieven op -an, gelijk wij vroeger gezien hebben: rongo-da, raitfa; van 'teerste wordt ook afgeleid een rongo-vaki, ruchtbaar worden, zich verspreiden (van een gerucht), waarin geen causatiefbegrip is opgesloten. Andere voor-

' Verkeerdelijk beide zonder teeken dat eene 7c uitgevallen is in Violette's Wdb. (1879). - «Verschijnen» is een toestand, en in zoover «lijdend», in allen gevalle niet handelend.

Sluiten