Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begraving, tanu manga, ingegraven einde, bijv. van eene zuil; Mao. tanumanga, begrafenis, en begraafplaats; Mao. uanga, tijd van regenen, van u a, Mal. hudjan; Mao. tuituinga, 't naaien, Sam. tuinga, 't steken (vgl. Duitsch sticken met ons steken, stikwerk), van tui (zie woordenlijst); Sam. alofanga, liefdebetuiging, van alofa; fealofaninga, wederzijdsche liefdebetuiging, van het wederkeerige fealofani; Sam. tangisanga, smeekgebeden, Mao. tangihanga, tijd of plaats van schreien, van M. P. tangis; Mao. tangohanga, het nemen, huwen, huwelijksfeest; Mao. whangainga, 't voederen, voeden; Sam. aónga, les, school, doch Mao. akonga, geleerde, van aó, ako, leeren, docere; aöaó, leeren, discere; Sam. aöaïnga, berisping, van aöai, berispen over; Mao. whakaponotanga, het gelooven, voor waar houden, van whakapono, grondwoord pono, O. en N. Jav. bënër; Mao. ruakitanga, het misselijk zijn, braking, van ruaki, Sam. luaï; Sam. faaolatanga, redding, doch Mao. whakaoranga, van fa&ola, whakaora, redden (vgl. woordenlijst onder ola, en F. bula); Mao. whakaotinga, 'teindigen, jongste kind, van whakaoti, Sam. fa&oti, eindigen, besluiten; Sam. iünga, einde, besluit, van iü, einde nemen (Mal. ekor); Sam. fan au n ga, voortbrenging (van kroost), maar ook «kroost», Mao. whanautanga, voortbrenging, en whanaunga, bloedverwant.

Achter stammen van adjectieven komt, zooals gezegd, angaofnga overeen met onzen uitgang -heid, of-te, en Engelsch -ness of -th: Mao. kinonga, «badness», van kino, slecht; itinga, «smallness» , van iti, klein ; mahanatanga, warmte, hitte, van mahana, M.P. mapanas, warm ; n u inga; grootheid, van n u i, groot.

De oorsprong van dit anga, zwakker uitgesproken: nga, is nietmoeilijk op te sporen, als men er op let dat een inumanga ook «teug, potio»; aönga ook «school»; tanumanga «het bedolvene» beteekent. Hetiseenvoudig het overbekende M. P. an, waarnaast in bepaalde gevallen ën, n geduld wordt, o. a. in zulke afleidingen als O. J. karatun en karatwan, koninkrijk, heerschappij; Bug. ëng, ng, naast ang '. De uitgang a is een zuiver phonetische naslag, dien men, uit den aard der zaak, voornamelijk in die talen zal vinden welke de meeste neiging vertoonen om eindmedeklinkers te versloffen: het is een middel om die versloffing te voorkomen overal waar voor het taalgevoel het behoud van den medeklinker noodzakelijk schijnt. Typisch ten opzichte van den naslag eens klinkers is 't Makassaarsch, al is de slofheid in de uitspraak der sluitmedeklinkers in deze taal niet zóó groot, dat ze zelfs nasalen zou afwerpen. HetMalagasi daarentegen heeft wel degelijk eene toegevoegde a ook na nasale uitgangen: worong,

i Zie Matthes, Boeg. Spr. (1875), § 108, vgg.

Sluiten