Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

calling to his parent». Dat is onberispelijk, maar bewijst tevens dat de achtervoeging van ana een duratief praesens uitdrukt, een praesens imperfectum, zoo men wil. Volgens Williams is soms of^ of ana voldoende; dus: «Z? haere nei te tira o Ngapuhi», vertaald: »The company of Ng. are proceeding along». Dit houd ik voor volkomen juist, en zoo dit waar is, dan volgt dat e iets anders is dan een praesensteeken, want haere is niet «are proceeding», maar «proceeds». Daar het koppelwoord aan 't Mao. onbekend is, zoo volgt dat e haere vermoedelijk niets anders is dan letterlijk — Engelsch proceeding. Gaan we verder met de aan Williams ontleende voorbeelden, wier uitstekend echt karakter dadelijk in 't oog valt. Een Engelsch: «Here is the company of Ngapuhi, the company wh ich is proceeding along» is de vertolking van: «Tenei te tira o Ngapuhi, te tira^ haere nei». Het is nog al duidelijk dat een Engelsch relatief de plaats van e inneemt. Er moet evenwel opgemerkt worden dat men in 't Skr. in den meêgedeelden volzin het relatief yas, ya, yad niet zou mogen gebruiken, maar het tegenwoordig deelwoord. In plaats van e komt te voor met dezelfde waarde, doch nooit aan 't begin van den volzin: «Tenei te haere nei te tira o Ng.»; d. i. «Hier gaat het gevolg van Ng.» Voor 't Latijnsche Imperfectum dienen e en ana even goed als voor den z.g. Tegenw. T., zooals in 't F. e en sa. Dus: «Ka penei inanahi e haere ana ahau ki Otahuhu»; d.i. «At this time yesterday I was going to Otahuhu.» De vertaling zou volmaakt wezen, indien er achter «yesterday» een komma stond. «I a ia e korero ana, ka puta mai te rongo, o te mate», d.i. « While he was speaking, the report of the death arrivés».

Waarom hier e noodig is, kan voor niemand, die met de Indon. talen eenigszins bekend is, een geheim wezen. In 'tO.J. kan men passim de voorbeelden vinden waaruit blijkt dat in overeenkomstige volzinnen Mao. e beantwoordt aan a n, n, en yan; bijv. «enjing k&la nira 'n lumampah sadulur» is «in den morgenstond, ging zij op reis met gevolg». In 't N. J. zou men de toevlucht nemen tot substantiefvormen 1. Kortom, overal waar eene nadere bepaling van plaats, tijd of omstandigheden juist de hoofdzaak is van hetgeen medegedeeld wordt, moet dit op eene of andere wijze aangeduid worden, en wel, in talen die geen redeaccent hebben, door partikels of door een substantief. Als de Maori zegt ka penei inanahi enz., dan is het hem niet te doen om mede te deelen dat hij naar O. gegaan was, maar wanneer hij het gedaan had.

Bij 't futurum heeft e dezelfde waarde, bijv. «Ko wai e haere», d. i. «Wié zal gaan?», al. «Wie is het, die gaan zal?» «E hoki mai ano ahau» , d. i. «Ik

1 Bijv. in 't Jav.: «sëdangannira potjappan, datënge Pun K&l&daru», d. i. «Nadat zij een poos gesproken hadden, kwam Küladam.»

Sluiten