Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

it may be.» Mark. 14, 49: Au a tiko voli vata kei kemudou e na veisinga e na vale ni soro ka vakatavuvuli, ia dou a senga ni tauri au;» «Ik heb 1 dagelijks met ulieden in het huis der aanbidding gezeten, leerende; en toch hebt gij mij niet gegrepen.» Hier is a herhaald omdat d'e tweede volzin niet als eene voortzetting van den eersten te beschouwen is. Hand. 5,30, vg.: « A nodra Kalou na noda ngkase sa vakaturi Jisu (ïake tale mai, o koya dou a vakamatea ni dou a vakarubetfa e dua na kau. O koya sa laveta rfake na Kalou e na lingana i matau;»«De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt (Engelsch : raised u p) , welken gijlieden omgebracht hebt (Engelsch : slew) terwijl gij hem aan een hout nageldet. Hem heeft God met zijne rechterhand verhoogd (Engelsch: hath exalted).» Waarom «hathexalted» hier met «sa laveta» vertolkt is, begrijp ik niet recht, doch de vertaler zal daarvoor zeker goede redenen gehad hebben. Matth. 2, 15: «Au a kafJiva na luvengku mai Ijipita»: «Ik heb mijnen zoon uit Egypte geroepen (Engelsch: I have called).»

Als bijvorm van a geeft Hazlewood op ka. Dat is iets geheel anders, namelijk een betrekkelijk voornaamwoord, het Jav. kang. Een agens met voorgevoegd ka laat zich weêrgeven met een actief deelwoord; ka kaya, dat passim voorkomt, beteekent «die zegt, zeggende»; o. a. 1. c.: a ya sa tukuna na parofita ka kaya «wat de profeet verkondigde, zeggende» of «die zeide.» Zoo ook in den tekst, boven aangehaald, «Ik heb dagelijks gezeten,» ka vakatavuvuli, «leerende».Met een volgend au, ik, smelt ka samen tot k'au «quem, quod, quae, enz. ego». Hierop kom ik straks terug.

Het F. a ter aanduiding van iets verledens houd ik voor dezelfde partikel als 't Tombul. an, dat op de wijze van Skr. sma aan eenen vorm van den Teg. T. de waarde geeft van een verleden handeling. Dus Tombul. siya kumua, (hij) zegt; kim ua, (hij) zeide; wo siya ku m u a, en hij zegt; wo siyakimuaofwo an siya kumua, en hij zeide.

In 't Mao. wordt als teeken van den Verleden Tijd i gebruikt in gevallen waar 't Grieksch zich van den Aorist zou bedienen. Een Grieksch perfectum is meestal te vertalen met behulp van k u a, dat volkomen dezelfde functie heeft als het Jav. wis, wus, en dus ook het Plusquamperfectum aanduidt, hetgeen met i niet het geval is. Bijv. ƒkite ahau i a Te Potangaroa inanahi. Ik zag (of: heb gezien) gisteren Te P». »/ hoki mau ahau», d.i. ik kwam terug. Zeer gewoon is dit vóór het passief, en dan beantwoordt de vorm aan 't zoogenaamde part. perf. pass. van t Skr. op ta en na, bijv.

1 Men hechte niet aan het onderscheid dat in 't Nederl. gemaakt wordt tusschen Yolm. Verl. Y. en den Verl. T. (Parfait Défini), en houde in 't oog dat het Engelsch eenen anderen regel te dien opzichte volgt. In 't Skr. der Brahmana's wordt in dit geval de Aorist gebruikt, in tegenstelling tot het Latijn.

Sluiten