Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(met klemtoon) geeft iets om mijn persoon?» 1 Het verschil tusschen 't Jav. kang, ingkëng en 't F. e is nu dit, dat het laatste niet op zich zelf als betrekkelijk voornaamwoord gebruikt wordt, doch wèl in verbinding met persoonl. voornaamwoorden deze tot relatieven stempelt, gelijk ik straks zal aantoonen 2. In zooverre laat het zich vergelijken met het Gotische ei in saei, enz.; Angelsaksisch the in se-the, enz.; Slawisch z'e.

Over 'talgemeen wordt het onderscheid tusschen na en ena in de Bijbelvertaling in acht genomen. Mark. 14, 13: Drau lako ki na koro, drau na ngkai sota kaya e dua na tamata «Gaat gij beide naar de stad, gij zult dan eenen mensch ontmoeten»; 44: O koyak'au narenguJa,saikoya, «degene dien ik zal kussen, dié is het»; 18: Au sa kaya vakaidina vei kemudou, ni na soli au yani e dua kei kemudou «Ik zeg ulieden waarachtiglijk, dat een van u mij zal verraden». Daarentegen Matth. 12, 50: Ni koya yadua ena (J'akava na loma i Tamangku sa tiko mai loma-langi, o koya ongko na ta(Jingku, se na nganengku, se na tinangku «Want een iegelijk die den wil mijns Vaders doen zal, die in den Hemel is, die is mijn broeder, en mijn zuster, en mijne moeder»; Mark. 14, 14: Ia na vale ena (5uru kina ko koya, drau kaya vua na kena i-taukei «En in welk huis hij zal ingaan, zegt tot deszelfs eigenaar»; 15: E na ngkai vakatakila vei kemudou e dua na tikina levu e Jake «Dan zal hij u wijzen eene groote opperzaal». In dezen laatsten tekst valt geen bijzondere nadruk op na, maar aan 't begin van een volzin is 't gebruik van een nadrukwijzer verklaarbaar en volkomen in overeenstemming met het feit dat in 't Sanskrit de klemtoon van een werkwoord op dezelfde plaats behouden blijft. In Mark. 14, 49 daarentegen staat ena niet aan 't begin, maar is het noodig wegens den nadruk: Ia na i-vola ena vakaya<?ori nga «doch de schrift, moet toch vervuld worden»; de Nederlandsche vertolking heeft zelfs nog sterker: «Maar (dit geschiedt) opdat de schriften vervuld zouden worden,» en inderdaad ligt in den volzin een relatief opgesloten. Volkomen duidelijk is de gelijkwaardigheid van e met een relatief in den volzin: O Jisu o koya sa vakabulai keda mai na dudru ena muri mai «Jezus die ons redt van den toorn die komen zal.»

Nu zal ik aantoonen dat zoowel e als ka dienen om persoonlijke voornaamwoorden tot betrekkelijke te stempelen, waaruit van zelf zal volgen dat het F. wel degelijk relatieven bezit, dus rijker is in dit opzicht dan het Latijn en de nieuwere Germaansche talen, welke er geen hebben en zich

1 Niet alleen in gevallen waar in onze taal het redeaccent op 't onderwerp rust bezigt de Javaan het relatief, maar ook waar wij den klemtoon leggen op het gezegde; bijv. aku kang lali is «ik was het vergeten.»

2 Er is evenwel op te merken dat ook in 't Jav. kang, ingkëng, vóór bijwoorden geplaatst, ook dienst doet als nadrukwijzer.

Sluiten