Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behelpen moeten met vragende of aanwijzende voornaamwoorden '.Ka of i is op zich zelf reeds een betr. voornaamwoord; bijv. Hand. 10, 87: A ivakavuvuli ko ya, dou sa kila, sa vunautaki mai Jutia taurfoka, a sa vakatekivuni mai Kalili, ni sa oti na papitaiso ka vunautaka ko Joni «Die leer, gij weet het, werd gepredikt in geheel Judaea, en nam een aanvang in Galilaea, toen geëindigd was de doop dien Johannes predikte». Hier is ka samengetrokken uit ka en a, teeken van den verleden tijd. Evenzoo wordt ka en au, ik: kau; bijv. in de bovenaangehaalde woorden: O koya k'au 2 na rengucJa «degene dien ik zal kussen. Matth. 12, 44: Au na lesu tale ki na nongku valek'au a lako tani maikina «Ik zal wederkeeren in mijn huis van hetwelk ik ben weggegaan».

Voor o koya of ko koya is k' overbodig, daar o of ko reeds=Jav. kang is, dus gelijkwaardig met k\ zoo niet hetzelfde woord, hetgeen geenszins onwaarschijnlijk is. Van daar dat o of ö in 't Sam., bijv. in o nofo «qui habitat, degit, degens» een deelwoord heet te vormen. Dat nu o koya werkelijk «dewelke» beteekent, daarvan kan men zich overtuigen uit de voorbeelden door Hazlewood p. 30 aangehaald; O Jisu, o koya sa vakabulai keda «Jezus die ons redt;» Thessalon. I, 2, 12: «Vua na Kalou, o koya sa kadivi kemudou «Voor God, die u roept». In den lsten Zendbrief van Johannes 1, 1 staat in den aanhef koya voor o koya: Ko ya sa tu mai na ivakatekivu, o koya keitou a rongotfa, o koya keitou a rai<Ja e na mata i keitou, o koya keitou a vakaraWa sara, ia ka sara na linga i keitou, «Hetgene van den beginne bestond, hetgene wij gehoord hebben, hetgene wij gezien hebben met onze oogen, hetgene wij goed aanschouwd hebben, en wat onze handen getast hebben». Waarom in den aanhef ko ya in twee woorden geschreven is, weet ik niet, doch kennelijk heeft men het willen onderscheiden van koya. Misschien is hier y a gelijkwaardig met het samengestelde koya, en ko het relatieve Jav. këng, zoodat ko ya slechts eene oudere en minder omslachtige uitdrukking is voor ko (relatief) koya (demonstratief, samengesteld uit ko, lidwoord, en ya, = O. J. ya, Mal. ya, enz.). De zin waarin ka staat, is gecoördineerd met de andere waarin o koya voorkomt, moet dus insgelijks een relatiefwoordje bevatten; het is k' of ka, hetgeen men wegens de samenstelling met het tijdaanduidende a niet zien kan.

Dezelfde functie als k' (ko) of ka vóór au, enz. vervult e vóór ra, ratou.

1 Alleen in dewelke, 't welk, heeft onze taal een soortgelijk middel te baat genomen om van een vragend voornaamwoord een relatief te maken, als 't F. doet met ka. Hazlewood betreurt dat gewaande gebrek van 't F. «This appears to be a great defect in the language to a learner.» Het «defect» bestaat alleen in de door Europeanen geschreven spraakkunsten.

3 Do spelling der Bijbelvertalers is ka'u.

Sluiten