Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met andere woorden ra en ratou zijn eenvoudige demonstratieve of persoonlijkevoornaamwoorden; eraen eratou betrekkelijke, of nadrukkelijke vormen. Bijv. «Au sa lomani ira era sa lomani au»; d. i. volgens Hazlewoods eigene vertaling: «I love them who love me». Hand. 4,32: Ia ko ira na lewe vungka era sa vakabauta, era sa lomavata ka yalovata «En zij de vele personen die geloofden, waren eens van zin en eens van ziel». Dat zulke vormen met voorgevoegd e ook aan 't begin van eenen volzin optreden, zonder relatieven te zijn, laat zich uit het karakter van e licht verklaren; in 't Jav. zal men na eene pauze herhaaldelijk i n g zonder eenige logische waarde voorgevoegd vinden; het heeft dan evenals in het tweede era van den aangehaalden Bijbeltekst eene louter rhetorische beteekenis. Nu en dan is het zeer moeielijk zich rekenschap te geven waarom de rhetorische uitdrukking gekozen is, zoowel in 't Jav. als in 't F.; bijv. in 't liedje: O iko, ko tangi, o iau, k'au rfaki, d. i. «Wat u betreft, gij schreit; wat mij betreft, ik ontken». Men kan alleen zeggen dat woorden aan 't begin van den volzin licht versterkt worden; van daar dat in 't Sam. het bepalend lidw. Ie aan 't begin van den zin moet versterkt worden door o, d. i. F. ko.

Om tot na terug te keeren; in verbinding met een voorafgaand sa geeft het eene verwachting, zonder zekerheid, te kennen. Sa na dina nga is ons «het zal wel zijn»;sananonabekanga «het zal wel van hem wezen».

Over 'tMao. ka als teeken van eene aanstaande toekomst hebben we bereids gesproken. Het Sam. bezit in 't geheel geen eigenaardigen vorm voor den Toek. Tijd. Onder de Indon. talen bedient zich, voor zoover ik weet, alleen het Ambonsch van na of »' om den Toek. T. uit te drukken: hau na soli, ik zal baden; i li n'i soli, hij zal baden; hau mister na soli, ik zal noodzakelijk baden, of ik zal zeker baden 1.

Het F. na, als teeken van den Toek. T., en 't Sam. na, als aanwijzer van een verleden, zijn hoogstwaarschijnlijk één en hetzelfde woord. Men mag dit reeds vermoeden op grond van de schijnbaar evenzoo uiteenloopende opvattingen van ons eigen woord straks, en van 't Latijnsche j a m. Het vermoeden wordt bijna tot zekerheid verheven, als men bedenkt dat het Bis. en Tag. na zoowel «reeds» als «aanstonds» beteekent.

Eenen infinitief bezit het F.-Pol. niet. Alleen valt op te merken dat er eene constructie is welke den infinitief nadert: wanneer namelijk een werkwoordelijke stam, zonder eenige verandering, als een substantief, voorafgegaan wordt door een voorzetsel, en toch een volgend voorwerp als werkwoord blijft regeeren. Bijv. F. lako ki mo(ïe «ga slapen», eig. «ga

1 Zie verder v. Hoëvell, Bijdragen Kon. Inst., 4= Reeks, I, 1877, bl. 25.

Sluiten