Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten slaap»; sa laki (voor lako ki) dovi itutu «hij ging om brandhout te halen». Mao. homai he kai hei (F. vei, voor) whakarata i toku tamaiti «geef mij wat eten om mijn kind te stillen». Hierbij is in 't oog te houden dat in 't Jav. ondubbelzinnige nomina actionis of omstandigheidswoorden ook gedeeltelijk de regeering van een werkwoord hebben. Bijv. in de reizen van Poerwo Lelono, I (1865), p. 1: Purwannipun panërat-kula sërat punika, d. i. «De reden dat ik dit boek schrijf» ; hier regeert panërat, het schrijven, den subjectieven genitief (kula) als een substantief; het lijdende voorwerp, sërat punika, als een werkwoord. In de voorbeelden uit het F. en Mao. zouden de voorwerpen, indien het woord waarvan ze afhangen, in onze taal in een naamwoord werd omgezet, objectieve genitieven worden: «voor het halen van brandhout»; «voor t stillen van mijn kind».

HOOFDSTUK VII.

Woordschikking.

Bij talen welker geschiedenis wij in verscheidene eeuwen kunnen nagaan, kan men de opmerking maken dat de woordschikking in verloop van tijd in meerdere of mindere mate aan verandering onderhevig is. Eene alge meene formule voor zulke altoos beperkte, veranderingen kan men niet geven, of het moest deze wezen, dat naarmate eene taal meer analytisch wordt, ze meer van hare vrijheid in de schikking der zinsbestanddeelen verliest. Is eene taal van den beginne af analytisch, dan zal ze ook minder vrijheid in de woordschikking toelaten dan eene synthetische taal.

Wanneer men de MP. talen onderling vergelijkt, ontwaart men dat sommige constructies in alle wederkeeren en dat in andere eenige afwisseling heerscht. Het bestaan van zekere afwisseling heeft niets bevreemdends, men vindt dezelfde afwijking in allerlei talen en wel om dezelfde oorzaak: de bedoeling van den spreker om een of ander bestanddeel des volzins

meer te doen uitkomen.

Ten opzichte van de plaatsing der hoofdbestanddeelen van den volzin, namelijk gezegde en onderwerp, valt voor 'tF. het volgende op te merken. Wanneer het onderwerp een zelfstandig naamwoord is, staat het na t gezegde ; wanneer het een persoonl. voornw. is, gewoonlijk er voor. Dus: sa lako mai ko Tuikilakila, T. kwam herwaarts; sadudru nakalou, de god was of is toornig; sa rfakava na tamata na Kalou, God maakte de menschen; sa ngkai laki kaba ivi ko Ra Vodre, Heer Sprinkhaan ging in den kastanjeboom klimmen. Daarentegen: au sa lako mai ki vuravura, ik kwam in de wereld. Aanwijzende voornaamwoorden staan achter

Sluiten