Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mig. overeen. De beperking die ik bedoel, betreft het Maori. Gewoonlijk gaat ook dit met zijne naaste verwanten mede, doch men vindt ettelijke voorbeelden van de omgekeerde woordschikking zooals die in de meest oostelijke Indon. talen in gebruik is. Zoo zegt men ko-wao, boschmensch, naast wao-ko; ni-kau, palmboom, waarin ni uit niu, Mal. niur, Tag. niyug, O. J. nyü, enz. moet ontstaan zijn, en kau, boom, Mal., Jav. enz. kayu is; een nog meer verbasterde vorm is mi-ko. Voorts karu-pango, zwart van 't oog, uit karu, oog, en pango, zwart. Wel is waar wordt pango alleen als adj. opgegeven, doch de samenstelling kan toch niet beteekenen «een zwart oog». Onzeker is het of paki-aka, gewestelijk pai aka, boomwortel, hiertoe behoort, want aka is wel «wortel», Mal. enz. akar, maar paki, pai is niet «boom», en het is de vraag of de beteekenis wel met volkomen nauwkeurigheid is opgegeven. Hoe schaarsch de voorbeelden waarop mijne aandacht viel ook zijn mogen, geloof ik toch dat ze recht geven tot de veronderstelling dat er eenmaal een tijd moet geweest zijn waarin in 't Pol. de plaatsing van de deelen eener samenstelling van twee substantieven niet aan zulk een onveranderlijken regel onderworpen was als thans, behoudens de flauwe sporen eener andere constructie in 't Maori.

Er is in 't M. P. eene soort van samenstelling, waarbij 't bepalende substantief door eene voorgevoegde n met het eerste verbonden is. Daar de n een oud genitiefteeken is, zou men dergelijke samenstellingen oneigenlijk kunnen noemen ter onderscheiding van de zooeven behandelde. Ze laten zich in 't F. en Pol. niet meer aanwijzen, al kan er geen twijfel rijzen dat ze eenmaal bestaan hebben, zooals reeds blijkt uit het F. aanhechtsel -ngku, van mij. In loma-langi midden des hemels, — hetwelk Hazlewood zonder den minsten grond uit 1 o m a n i 1 a n g i laat ontstaan, — is de lange a een gevolg van de n, waarop 1 o m a (d. i. 1 ë m a n) eenmaal uitging. In ivola-bongi, avondster, laat zich de a niet zoo verklaren, doch er moet toch een of andere medeklinker uitgevallen zijn (vgl. woordenlijst).

Tot de oneigenlijke samenstellingen kunnen ook gebracht worden uitdrukkingen bestaande uit twee substantieven, waarvan 't laatste door 't gewone genitiefteeken n i of i met het eerste verbonden is. Vormelijk zijn dusdanige uitdrukkingen geen samenstellingen, doch wegens hun beperkte, in zeker opzicht conventioneele beteekenis, dragen zij 't karakter eener echte samenstelling. Het F. bezit verscheidene uitdrukkingen van dien aard: mata-ni-wai, bron, eig. oog des waters; mata-ni-vanua, ambassadeur, eig. oog des lands, dus iemand die in last heeft den toestand des lands op te nemen, verkenner, vgl. Jav. en Mal. mata-mata; mata-ni-sudu, tepel, eig. oog, fig. punt, der borsten; mata-ni-ngasau, pijlpunt; m ata-ni-diva, parel, eig. oesteroog; vu-ni-wai, geneesheer, eig. water-

Sluiten