Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kakua; Joh. 8, 11: «lako, ka kaua ni valavala (Ja tale» d. i. «ga, en zondig niet meer!»

Deze zonderlinge constructie is vermoedelijk zóó te verklaren, dat n i achter senga en kakua het teeken was van een partitieven genitief. In uitdrukkingen als kakua ni valavala ö a is valavala wel geen substantief — dit zou luiden i v a 1 a v a 1 a —, doch het laat zich denken dat er oorspronkelijk na ni een substantief stond, in welk geval de constructie te vergelijken ware met een Fransch :pointdefolie!De eerste afwijking van de veronderstelde oorspronkelijke constructie kan deze geweest zijn, dat senga ni en kakua ni alleen gebezigd werden in volzinnen die een object bevatten, om ons «geen» uit te drukken, bijv. in «ik doe geen kwaad». Evenals nu in 't Fransche «je ne fais point de mal» het woordje p o i n t eigenlijk het grammatisch voorwerp van «doen» is, doch niet meer zoo opgevat, en als ontkenningswoordje gevoeld wordt, zoo kan het gegaan zijn met senga, en met het grammatisch onderwerp kakua. Zoodra senga n i het karakter van een object verliest, kan het niet meer onmiddellijk achter 't gezegde geplaatst worden: het kwam vóór 't gezegde te staan, met geen andere waarde dan die van eene eenvoudige ontkenningspartikel.

Geheel anders is het spraakgebruik in het Tag., waar achter de ontkenningspartikels dili, indi, hindi, niet, en het verbiedende h u w a g 1 wel de genitief van 't aangehechte voornaamwoord volgt, maar niet die van een werkwoordelijk gezegde, welk laatste trouwens zonder verwarring van twee of meer contructies onmogelijk is. Dus d i li-k u k i n u h a, ik heb het niet genomen; huwa-mu gawin, doe het niet!

1 Eig. «laat los! laat varen!» O. J. liuwa.

Sluiten