Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leiding is van hetzelfde u 1 a, waarbij als varieteiten behooren ulangen ulak. Immers Tombul. tou is óók «mensch».

BULI, de witte cowry. Misschien Jav. bule, Mak. buleng, wit, albino,en tevens Bug. bole, een soort schelp, gebezigd om kleederen te glanzen.

BüLU, het hulsel van de kokosnoot. Day. bul ut, vezelbast; Tag., Bis., Ibn. bun ut, vezelhulsel van de kokosnoot. Daar 't Mal. mambul utb u 1 u t, inhullen, inwikkelen beteekent, zou F. b u 1 u t a, (met aarde) bedekken, begraven, een uitwendig geneesmiddel aanwenden, tot denzelfden stam kunnen behooren. De verwisseling van l en n is een bekend verschijnsel ; een sprekend voorbeeld levert Bis. bulu = bunu, kapmes. Dat in 't F. bulu ook het begrip van inwikkelen, samenbinden ligt, mag men opmaken uit i-bulukovu, the knot on the top of the head dress. Ko vu kan aan 't Jav. këpuk, knop aan een zadel, punt van een kleed, beantwoorden.

bulu-bulu, zekere visch, de jonge haai. Vermoedelijk bedoeld Mal., Amb. bulus-bulus.

Bunu-YA, zie Butu-ya.

Bura, drabbig vloeien, uitvloeien (van se men, etter, enz.); bura'h, bevloeid, besmeerd; buraka, doen vloeien; uit den mond spuiten. Sund. bura, uit den mond spuiten; Day. bura, schuim ; Ibn. bu r4, drab; Tag., Bis. b u 1 k, schuim ; Sumb. wo ra. Verwant is sab u ra; zie kasabura.

BUTAKO, stelen. Eigenlijk eene samenkoppeling van b u en TAKO (z. d.). B u staat voor but, hetwelk voorkomt in Tag. ab u t, opnemen, O. en N.J., Sund. rëbut, Mal. r&but, Mak. rabu, en O. J. sambut, N.J., Mal., Sund., Tag., sambut, Bik. sambot, Mig. sambutra.

Butó, donker; mata-butó, duizelig. Dit vertoont groote overeenkomst met Jav. butëng, donker (zwart), butëng, verblind, dwaas; butëk, Mal. bu tak, troebel, en schijnt in verband te staan met O. J. wu t a, N. J. hetz., Mal. b u ta, Day. b u t a, Bik. b u t a, blind.

Butu-ya of bunu-ya, in een net sluiten, bijeenvoegen. In vorm kan dit overeenkomen met O. J. w u n t u, N. J. b u n t u, b u t u, verstopt, dicht; in beteekenis staat het dichter bij N. J. b u n t ë 1, hulsel, bundel; b o n to t, een pak dat aan beide einden toegebonden is. Al deze woorden zijn stellig onderling verwant, en dien ten gevolge is het geenszins onwaarschijnlijk dat F. butuofbunu vormelijk één is met bun tu.

D.

1. Da, enclitische vorm van k e d a, M. P. k i t a; zie reeds bl. 264 en 268.

2. Da, uitwerpsel, drek. Opmerkelijke bijvorm vanDE(z. d.), welke herinnert aan Amb., Sula, Bur., M. Ceramsch mata, dood, voorM. P. matai.

Sluiten