Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAKU, rug, achterdeel. Dit bevat als laatste bestanddeel denzelfden stam die ook voorkomt in Bis., Tag., Ion., Mong. 1 i k u d, Sang. 1 i k u d ë, Bent., Ponos. likur, Tont. litjur, rug, en injav. pungkur, en O.J. iku, Mal. e k o r, Sam. i ü (z. d.), enz. De eigenlijke beteekenis van d a is vooralsnog niet met zekerheid te bepalen; ik vermoed dat het een plaatsaanduidend woord, een voorzetsel is, en wel hetzelfde als Mad. da, aan, te, tot; in 't Mal. o. a. over in d a h ü 1 u, eig. aan het hoofd, in den beginne.

Dali, koord, touw. M. P. tal i.

DALINGA, oor, M. P. t a 1 i n g a.

Dalo, Caladium Esculentum. Zie Sam. Talo.

Damu, rood. Dit woord is zonder twijfel verwant, zoo niet identisch met Mal. tamü, soort kurkema, Jav. t ëm u. Daar in N. O. Ceramsch t a m u-n en tamuti «wortel» beteekent, en zich dus aansluit bij Bur. lamutëen bij Bis., Ibn. gamut, Sang. hamu, wortel, en Tag. gam ü t, geneesmiddel, en daar dit laatste onmiskenbaar in verband staat met Jav. djamu, geneesmiddel, zoo blijkt dat al deze vormen slechts variaties zijn van één en hetzelfde thema. In beteekenis sluit zich F. damu onmiddellijk aan bij Sang. mahamu, rood. Als men bedenkt dat de Sang. h, Philipp.ghier uit eene ' of gebrauwde r ontstaan is, en dat elke triller weinig verschilt van de linguale d, welke eenerzijds licht verward kon worden met de dentale d en anderzijds met de palatale d (waaruit verder dj zich ontwikkelde), dan ziet men hoe moeielijk het is juist op te geven met welke der opgegeven variëteiten damu geheel identisch is. Oogenschijnlijk staat het dichtst bij Ceramsch tamut-i.

damu-i-rara, eene droogte als niets groen is. Eig. rood (roodheid), bruin van droogte, van 't warme jaargetijde; zie Rara 2.

dango, lichaam, romp. Een bijvorm van Yango (z. d.). Hoe zich hier een d heeft kunnen ontwikkelen, weet ik niet te verklaren.

1. Dau. Dit duidt eene gewoonheid aan, en wordt gebruikt als quasiprefix, bijv. (ïau-vinaka, goed plegende te zijn. Jav. tahu, gewoon; Mao. t u m au, bestendig. Natuurlijk hetzelfde woord als Mal. enz. tahu, weten. Deze laatste beteekenis komt ook voor in 't f., in dau, een deskundige, kenner.

2. Dau, zee; in ngone-dau en tuni-dau, zeeman, visscher. Dau is Mal. laut, Mig. alautrS, Tag. l&ut, Tombul. lauër, louër, Bis. laud (in ï-laud, zeewaarts), O.J. lod, zee. Verwisseling van /en ^komt meermalen voor, o.a. F. da vu of lavu, Mal. dab u of lab u, Ibn. dakdl, groot, Tombul. lakër, O.J. lakëtan, lag. lakitan, kleefrijst, maar Ibn. dakkót, kleven.

dau-lato, maagd, meisje; en dau-ve, vrouw's schoonzuster. Vermoedelijk is dau hierin 't M. P. tau, mensch, persoon; doch zoolang de oor-

Sluiten