Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(ïangkom-aka, bijeenvoegen. Vgl. O. J. sangkëp en rangkëp, voltallig; N. J. rangkëp, dubbel, opeen, bijeen; dj a n gk ë p, voltallig; Tombul., Tont., Tond. rongkëm , Mong. langkum, handvol. Këm en këp zijn twee varieteiten van één en denzelfden wortel; in de grondtaal moet F. (Jangkom geluid hebben sangkëm, djangkëm of dangkëm.

(jangku (of (Janggu), iets wat men vrienden aanbiedt bij hun vertrek. O. en N.J. sangu, teerkost voor de reis, iets wat men iemand meegeeft op reis; nangoni sëlamët, z. v. a. iemand goede reis toewenschen. Omtrent de verwisseling van ngk (ngg) en ng zie men bl. 258 hiervóór.

(Jau, landwind. Mak. en Bug. s&u, damp, lucht, adem ; asdu, frisch. Zie voorts Mao. H a u.

cJaur-AICA, zeggen, uiten. Waarschijnlijk Sund. saur, zeggen; ofschoon ook Tombul. sau, wat men verhaalt, zegt; Tag.,Bis. d au, zoo zeggen, (Skr. iti), in aanmerking zou kunnen komen.

(ïaura-vou, jongmensch. Samengesteld uit vou, nieuw, jong (z. d.) en (Jaura; dit laatste bevat ura, O. J. urang, of wrang, bijvorm van wwang, Mal. orang, Bat. en Tond. urang, een kind, vanwaar Tond. maurang; kinderen krijgen; Mak. urang, gezel. F. ura beantwoordt niet aan O. en N. J. wwang of uwang in sowang, ieder, maar aan urang of udang, met klinkerwijziging idang (Niasch ira) in Jav. sedang; de gebrauwde triller ('), zou in 't F. evenzeer verdwijnen als in O. en N. J. Het voorvoegsel Ja is te vergelijken, en waarschijnlijk geheel identisch, met Mig. za in zulke woorden als zanakfi, kind, zandry, jongere broeder of zuster, en metN. J. djë in djëbeng, jongman, uit djë en beng of ëbeng (Ibn. abbing). Het Jav. dja in djaka, jongeling, en djalu en djalër, mannelijk, houd ik voor eene sterkere uitspraak van hetzelfde djë, F. (Ja.

(Java, wat. Tond. en Tont. sapa; de meeste andere talen, zooals Mal., Jav., enz. hebben apa 1. De overeenkomst met N.J. sapa is slechts schijnbaar, daar dit eene verbastering is van O. J. syapa, wie.

(Java, storm. Zie Sam. Afa.

(Javu, (Javuta, uitrukken, optrekken. Day. djawut, O. en N.J. dawut, N. J. ook djabut. Wortelverwant is F. BU in BUTAKO (z. d.).

(Javuka, afgebroken. Verl. lijd. deelw. (ziebl. 286 hiervóór)van vuka.Tag. pukan, knotten, of O. J. pukah, afgebroken stuk, N. J. pokah, geknakt.

(J'ebeta, in tweeën snijden. Jav. sëbit, nëbit, schuren, afknippen; Tag. sabitan, lap.

ÓEï, o (Jei, wie? Amb. sei, Tomb. sei, Tont. en Tonsaw. si sei, Bik. si isai, Sang. isai, Bat. ise; met zwakkeren klinker Sea si, wie? Hetzelfde

1 De s heeft in dit sapa geen beteekcnis; vgl. de verhouding van Lat. super tot Skr, upari, Germ. ufar,

L

.

Sluiten