Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord als dit laatste is Mao. se, N. J. si of sing, gebruikt als relatief voornaamwoord.

()'elua, zeer harig. Zonderlinge vervorming van vulua (z. d.).

')ENGA, oplichten; opgeheven. Waarschijnlijk nauwverwant metjav. djëngat, 't hoofd opheffen, en Day. (ha)djangah, Sang. (ma)rangë, hoog; Bis. dan go g, 't hoofd opheffen ; vgl. Jav. djongok, en dën gok, omhoog houden 1.

fengu, adem, ademen, uitblazen. Verwant met Bis. singh ut, ruiken; s i n gok, stinken; N. J. sën gur, stinken ; se n go k , snuiven ; Tag. si n g a u, damp, geur; Bent. s e h o, reuk. Vgl. Rengu.

(Jevu, barsten. Misschien verwant met N. J. djëblug, barsten, of djëblos, knallend uiteenbarsten. 2

1. (?ILA, schijnen (der hemellichamen); (JlLAVA, beschijnen. Onzeker of dit verwant is met O. en N. J. d i 1 a h, een licht, schijnsel; en Bis., Tag. d ilag, helderheid; schijnen (van zon, maan en sterren); of met Bis. silak, bestralen; N.J. silak, helder, zuiver. Ook zou het in verband kunnen staan met Sumb. kadj ilak, in gloed, flikkerend.

2. diLA, gaping; (ÏILAVA, door de mazen ontsnappen. Naar de beteekenis te oordeelen, verwant met O. J. s ë 1 a, N. J. s ë 1 a, gaping, tusschenruimte; doch vormelijk staat het nader bij N. J. s i n ë 1 a p , tusschengestoken.

«ïili, rflllva, snijden, besnijden. Vgl. Sumb. kasidi, mes.

<)lNA, fakkel, lamp; rJlNAVA, bijlichten. Mal. sinar, Tag. sinag, heldere schijn.

(hu, baden ; rïluti <?ANGI, een windbad nemen. Mal. dirus.O. J. dyus, N. J. dus, Bis. digo, li go, Tag. li go, Saleier riyo, Sumb. disu.

dlWA, negen. M. P. siwa.

d'OA, (3'OARAKI, aankomen ;vakadoa, gasten onthalen. Niettegenstaande in den afgeleiden vorm zich eene r vertoont, kan de stam het Jav. sowan, komen (voor eenen hoogere), zijne opwachting maken, wezen.

**<?OLO (kai), «those who live far inland». O. en N.J. d al ë m (O. J. ook dalëman), ingewand, Maori ro, F. Loma (z. d.), 1 ëman.

(Jukita, «jükiraka, omgraven, omwroeten. Jav. dungkiren dongker, Tombul. sungkir. De Tombul. s is hier, gelijk in as ar e. a. ontstaan uit dj. Het F. woord staat één graad dichter bij den Tombul. vorm, doch tien dj. zijn, wat men zou kunnen noemen : buurtletters.

dula, naaien, steken; i-<ïula, naald. O. en N.J. sula, spits;Tombul. sula, susu 1 a, Sea susuda, stekel, distel; Bis. sula, Ibn. tu 1 a, puntig riet.

1 De beteekenis in Roorda's Hdw. is niet geheel juist.

' Het vroeger lijer volgende c>ltfl is geschrapt. (Noot van 1916).

Sluiten