Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kabekabea, algemeen verbreiden; vakabekabet, algemeen verbreid. O. en N. J. kabeh, Sang. këbbi, al; O. J. makabehan, altegader; N. J. ng ab e h i, een voorname titel. Vgl. Mig. aby, i-aby,ziaby, alle.

Kabi, aankleven, aanhangen; kabita, trans.; kakabia ofvakabita, causat. kabiraki, dicht bij elkander zijn. Tag. kapit, vastgehaakt; Mal. k&pit, verkleefde makker; vgl. ook Tag. apid, zich paren.

Kabu, nevel, mist; nevelig. Dit kan ook aan Mal. k ab u t, nevel, beantwoorden, maar evengoed aan Day. kawus, kabus, nevelig. Zelfs zou kabu tot stam kunnen hebben een awun, waarbij behooren O. J. awuna wu n , nevel, en Bis. gab u n , Tombul. awun, ahwun, damp, doom ; en Tag. am b u n, fijne regen, Jav. ëbu n, dauw, mist, Mal. am b un, Day. a m b o n. Er zouden nog een tal van klank- en zinverwante woorden aan te halen zijn, doch het aangevoerde is voldoende om te doen uitkomen hoe de verwaarloozing van eindmedeklinkers en de vereenvoudiging van 't klankstelsel in 't algemeen, waardoor 't F. en Pol. zich kenmerken, de taalvergelijking belemmert.

KABURAKA, uitstrooien, zaaien. Vormelijk overeenkomende met Jav. kaw u r a k ë n , van a w u r, doch afgeleid van een secundairen stam k a b u r; nagenoeg hetzelfde beteekenen Jav. tawur en s aw u r, strooien, zaaien.

KADRUVA, krabben ; I-KADRU, iets om meê te krabben of schrapen. Verwant, schijnt het, met Jav. këmadu, prikkelend karbouweblad, en met Jav. garu, egge; Sund. garo, krabben. Vgl. NGADRO en NGKAROTA.

Ka<5i, roepen, vaka'Sl, voorspellen ; tooverspreuk. Bis.kadji, opzeggen, reciteeren ; wellicht ook Ibn. kagi, woord. De wortel is O. J. adj i, leer; N. J. tooverspreuk; ngadji, studeeren; Bal. adji, mangadji, leeren, studeeren; adji-adjiyan, toovermiddelen; Mal. adji, 't voorlezen; tooverspreuk; kad j i, leer; Nufoorsch n ad i, bidden.

KArJu, gewestelijke uitspraak van kau, boom, hout. M. P. kayu. In 't eerste geval is dey in eene dj, daarna in eene d overgegaan, evenals in LA()A (z. d.) ; in 't laatste is dey uitgestooten. In 't Sang. k al u is dey in eene l overgegaan.

Kac)ulu, gewond, gesneden. Bis. d u 1 ü t, snijdend indringen ; Tag. dulus, mes.

KAI-KAI, manier van spreken; KAYA, zeggen; KAINAKA, uitspreken. Mogelijk Ibn. kagi, woord, doch minder waarschijnlijk wegens Mao. k i.

Kakua, Lat. ne; zie bl. 12 hiervóór.

Kakuva, met de handen aanpakken. Vgl. Jav. kukup, met beide handen opnemen; ngrakup; bijenvallen.

KALAvO, rat. Sumb. kal a vu, maar Sang. en Mig. wal a wo , Bis. balabau, Day. balawau, Mak, balawo, Bug., Mandarsch en Tominisch

Sluiten