Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kaso, het riet aan 't boveneinde van een stok; i-kaso, dwarsbalk. Mal. en Day. kasau, dwarsbalk, dakspar; Sund. kaso, rietgras; vgl. ngasau.

Kata, dicht aaneengesloten; vakata, gesloten. Vgl. Jav. atak, dichtmaken, afsluiten.

Kati, bijten. Sumb. kati, bijten. Het Tag. en Sang. kati, jeukte, is vermoedelijk hetzelfde woord, daar 't Spaansch hiervoor «comezon» heeft.

Kato, korf, doos. Day. kan t o n g, Jav. ka n tong, zak, beurs. Verwant zijn Mal. kan dong en karong, Bent. karong, Tont. kando, Tombul. karo, zak, en Day. kan dong, 't ingestopt zijn (wellicht eig. Maleisch).

Katu, vadem; katuma, vademen, met uitgestrekte armen meten. Jav. ngatung, in horizontale richting uitstrekken; gatung, anggatung, recht uitgestrekt houden.

Kau, boom, hout. Mal., o. en N. J., Day., Ibn., Mak., Tont. kayu, Bat. hayu (gespeld kayu), Timor hau, Mig. hazu, Alor kadj o, Bug., Sawu a d j u , Bur. kau, Sula k a o , Sang. k a 1 u , Mong. kayu inkayuon, geboomte; eenigszins afwijkend Tag., Bis., Bik. kahui, en Sund., Aru kai.

Kaukaua, kaukauwa, sterk, kracht. Geredupliceerde vorm van k a u wa, d.i. ka-uwat, eig. gespierd, Jav. kuwat. Zie Ua.

Kaij-SUSü, pas kraamsch. Kau is verwant met Vou (z. d.), o. J. wah u, N. J. wahu en mahu, en Day. awau in anak awau, zuigeling. Vermoedelijk is kau ontstaan uit këwau.

Kauta, opnemen, dragen, brengen. Van eenen wortel die in 't o. J. luidt wwat, Ibn. auat, waarvan o. a. O. J. mawwat, brengen, aanbieden ; kumawwatakën, aanbieden. Hetzelfde woord is O. J. wwat en bijvorm wrat, gewicht, N. J. bot, waarbij ook mot behoort, en wrat; voorts Mal. buwat, Bis. bühat, Mig. wuatrfi, mambuatrfi, doen, verrichten; doch Tag. buhat, oplichten, enz. De voorvoeging van ka is is ook in 't O. J. zeer gewoon bij de afgeleide woorden op -i of-an, bijv. kinawruhan, kawruhi. De au in kauta vat ik op als eene omzetting van u a, op de wijze van dlnau (z. d.); van O. J. 1 w ar = 1 o d , Mal. laut; O. J. rwan = ron (d. i. raun) e. dgl.

KAWArfA, over een brug gaan; I-KAWAKAWA, brug. Vgl. O. J. wwat, vondel, kleine brug; N. J. wot.

Ke, hier. Dichterlijk Jav. ke, hier, gewoonlijk samengesteld kene; O. J. mangke, nu, zoo. Keri, samengesteld uit Ke en Ri (z. d.).

Keda, wij, inclusief. M. P. kita.

Keli-A, graven. Day. kali, gracht; man ga li, Bat., Ponos. en Mong. m on ga 1 i, Tont. k u mal i, graven ; Sang. kadi, këkadi, gracht; Jav. kali, rivier; Bat. h a 1 i - h a 1 i 1, Mig. h a d y, spade. De e is Umlaut, ge-

1 G-espeld kalikali.

Sluiten