Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(voor i lora), Kisar lour, Sawu lou, Mig. alautra, zee; Bis. i lauod, zeewaarts. O. J. bijvorm 1 o r, 1 wa r, N. J. 1 o r, beteekent Noord. Denkelijk is ook F. la u, eigenlijk «zeewaarts» en ra «landwaarts» ; vgl. Ra.

2. Lau, bij v. 1 a u vatu, door eenen steen geraakt; het wordt verder vóór bijna alle woorden waarin 't begrip van verwonden ligt gebruikt, bijv. lausele, gesneden geraakt; eindelijk in lau- kan a, eetbaar. Lautais «doordringen in». Aangezien in TAU-tfoKA, d. i. doorboord, TAU oogenschijnlijk dezelfde waarde heeft als LAU, veronderstel ik dat LAU en TAU synoniem en wortelverwant zijn; LAU is dan te vergelijken met Jav. labuh, waarin 't begrip van vallen ligt. Hierbij is op te merken dat O. J. tiba, vallen, met het voorwerp waarin iets valt verbonden wordt zonder voorzetsel. De t in LAUTA zou dezelfde letter kunnen zijn als in Jav. 1 a b S t, een gewestelijke bijvorm van labuh. Vgl. TAU-rfoKA.

1. Lawa, net; lawalawa, spin, spinneweb; Ibn. a 1 a w a 1 a w a, Mal. 1 a balaba, Bur. lawa-e, N.-O. Ceram lawalawa, Z.-W. nawanawa, Day. lawa, 1 a 1 a w a.

2. Lawa, medehelper. O.J. lawan, N.J. lawan, medehelper, partner, tegenstander; 1 ag. 1 a b a n , tegenstander zijn ; Bis. 1 a b a n , medehelpen , bijstaan; Mal. lawan, tegenpartij.

Lawan-a, beschuldigen. Van 't voorgaande; Jav. anglawani, partij trekken tegen.

La we, veder. 1 ag., Bis. lawi, Mal. lawi, staartveder; Day. la wi, spits, uiteinde.

Lebo, a tab u on food. Vermoedelijk een bijvorm van, of althans naverwant met Tabu (z. d.) ; Bat. r o b u , verboden.

Leka, jaargetijde, tijd. Afgeleid van een verloren lek, O. J. lek, maan; vgl. N. J. dek, tijd. In 't Mal. en Jav. heeft het overgenomene Skr. masa, maand, ook de beteekenis van jaargetijde aangenomen, en het ligt voor 1 de hand te veronderstellen dat het inheemsche woord, door masa veri drongen, met dat voor «maan» in verband stond: men heeft op het Skr. • woord alle beteekenissen toegepast welke 't inheemsche bezat. Zoo is het 1 ook gegaan met de ga, dat «dorp», met awastha, dat «naam» is gaan I beteeKenen, in spijt van de taal waaruit die woorden zijn overgenomen.

Lele, uiteinde van een tak; leleóa, een tak naar beneden buigen om i iets te plukken ; lele ook «iets wat opgehangen is». Tag. 1 a il ai, hangen; I Bis. 1 a i 1 ai, neerhangen, plukken; bladeren die 't dicht bij den grond zijn.

Lengka, te nauw, gedrongen. Vgl. Jav. dëngkëk, gedrongen (van gestalte) ; ineengedrukt.

*Levu, groot, dik. Vgl. Mak. lom po, groot, dik, grof. Santa Cruz lepu, large, of leb u.; beide vormen zouden tot stam kunnen hebben wu h, wu-

4

Sluiten