Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruimte, Tag. li at, klove, doch dan blijft de w onverklaard. Mogelijk hetzelfde woord als Tag. liwag, geschil. Maliwa is geheel en al substantief geworden, zoodat 't voorgevoegde m a zijne eigenlijke beteekenis verloren heeft en dievan M. P. pa heeft aangenomen; vgl. Masima en Sam. Masunu.

Lo, bedaard, zacht, vriendelijk. O. en N. J. alon, hetz.

Lobia, vouwen. Bug. lëpi, N. J. lëmpit, Mig. lefitra; met andere klinkers Day.lipët, Bis. li pot, Mal. lipSt, en li pit; doch Tombul. lëpët.

lobo-lobo, week, mullig,modder.MogelijkTombul. lëpo, modder,doch het zou ook wel eene gewijzigde uitspraak kunnen zijn van 't volgende.

LOBURAKA, «to put into the mud». Vgl. O. J. lëbü, N. J. lëbu, Mong. lobud, stof, mullig; O.J. lëbur, vernield, versmolten, moeteen bijvorm van lëbu wezen; vgl.Skr. dhvamsati, dhvamsate, verstuiven, te gronde gaan, vernield worden, met dhvasra, stuivend, dhüsara, bestoven.

Loki-a, buigen; i-lokiloki, gewricht, gebroken lid ; loki-loki, kreupel, tengevolge van een gebroken been of lid. Vgl. Jav. dengklik, geknikt.

Loloa, zeeziek. Loa schijnt slechts eene andere uitspraak te zijn van Lua (z. d.).

Loma, 't binnenste van iets, hart; de inwendige deelen. Van lom, M.P. lëm, en achtervoegsel an. Synoniem met lëman is de geredupliceerde vorm — deels met klankafwisseling —: Tombul. lalëm, binnenste; Mal. dalam, O. en X. J. dalëm, 't binnenste, diep ; O.J. dalëman, ingewand; Tombul. rarëm, Tag. lalim, Bis. en Bik. lalom, Mig. lalina, Pamp. lalam, Mong. dalom, Ponos. ralëm, 't diepe; Mak. lalang, Bug. lalëng, Sumb. dalu, Sang. dalung, 't binnenste. Verg. Maori Ro.

LOMAN-A, genegenheid hebben voor, beminnen. Afgeleid van 't vorige. In 't Jav. komt van denzelfden wortel O. Jav. agëlëm, bepaald, verkie: zen, willen.

LomckJa, indoopen. Verwant met Tombul. lëmës, verdrinken, Bug. lëma, Mak. lamasa, en verder met F. Dromu<?A (z. d.) en Sam. lemo.

Longa, tuinbed; longan-a, zulk een bed maken. Vgl. Jav. longan, i ruimte die zich onder iets uitstrekt; in beteekenis Skr. tala.

Longka, iets dat niet goed sluit. Vgl. Jav. longkang, tusschenruimte, ( en O. J. rëngka, spleet, N. J. rëngka, gespleten.

lose-lose of losi-losi, naam van eenen boom, waarvan men bougies i maakt. Dit doet denken aan Day. lusing, hout waarvan de splint afgerot i is; dunne pit.

Lovo, kuil, gat in den grond. Hetzij Tombul. lëwëng, Tag. libing, 1 Bis. lobong, graf, of Tombul. lowëng, Jav. luwëng (bijvorm luwang, [ Mal. lubang), kuil, gegraven gat; Mak. kalobang, kuil, doch kalibong, . graf, kuil.

Sluiten