Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M.

mada, och of! precatief. Hetzelfde woord als Mad. mandar, in den optatief, of anders het N. J. mandah, o hoezeer! van O. J. ndah, wees zoo goed! als u belieft! och of! bijv. ndah kamung hyang Agni! Adiparwan (fol. 19); meer gewoon als precatief partikel is indah.

Madua, beschaamd. Vgl. Mal., Bat., Mig. malu, beschaamd. Het F. woord is gevormd met aanhechtsel an.

Ma<Ja, droog. Ibn. maga-mamagd, Bis. Tag. mala, mamala, Ceramsch mamala, Sang. mamara, Mak., Bug. mara, droog. Hiertoe behooit ook Tombul. përa (voor pard), droog; mëra, droogen; Jav. përa, droog.

MaJedau, den hik hebben ; de hik. De vormen van dit woord in de verwante talen vertoonen allerlei kleine onregelmatigheden. De stam luidt: Sund. sidu, Bug. sidu , Ibn. sidu , Tonsaw. sendu , Mig. sery, Sea s ë d u , Tombul. s ëru, Mong. t o d u , Tag. siguk, N. J. tj ë gu k 1, Bis. soduk, Mak. tjado, Menangkabausch sandao, Mal. sadu 2, Bent. hinduk.

Mai, komen, zoo het vóór een aanvullend werkwoord staat; herwaarts, : zoo het op een werkwoord volgt. Bijv. au sa mai kauta na kuro, ik I kwam om den pot te nemen; doch: au sa kautamainakuro, ik bracht ; den pot herwaarts. Sang. mai, Tombul. mei, komen, herwaarts — waarts; ■ Sumb. mai, komen ; Mak. m ae, herwaarts, Bug. mai, verleden 3; Niasch mö-i, komen; Ibn. umai, gaan, komen; bijvorm Mal. mari, herwaarts. 'Vgl. Sam. Mai.

Malai, verdord, verwelkt. Van mala, bijvorm vanMA^Aen aanhechtsel i.

Maliwa, zie Liwa.

* Mama, kauwen. Mal. mam ah, Tag., Ibn. mama, Bis. mama, J. mamah, stam pamah.

1. Mana, zóó zij het. Jav. ma na, zoo (gebruikt als Skr. iti aan 't einde van eenen volzin die eene gedachte behelst); samengesteld samana, zooveel, zulk; Day. mana, zooals. In 't Mal. en Sund. vraagwoord.

2. Mana, wondermachtig, wonderwerk. Sam. mana, Mao. m&na, macht; passief wh akam an an g-i a, machtig gemaakt; O. J. wën a n g, macht;

J- gemachtigd ; m ë n a n g, overwinnen; Sumb. m a n an g, winst; Day. 'mana n g, winnen, doch 1 omb. w ë nan g, schuld Plet bijdenkbeeld van

1 In de gewijzigde beteekenis van «oprisping», sëngu.

2 Beteekent «snik», doch is zeker wel eene varieteit van hetzelfde woord.

3 Vgl. ons «geleden» bijv. in «lang geleden», van lijden, «gaan», Gotisch leithan.

4 De verklaring van deze beteekenis biedt zich van zelf aan als men weet dat O. J. wënang ook synoniem is mot këna.

Sluiten