Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderdadig ligt ook in O. J. gakti, in welk uit het Skr. overgenomen woord men de beteekenissen legde van de inheemsche uitdrukking, zonder twijfel wënang zelf.

manga, pudendum muliebre. Vgl. Day. bangap, opening; N.J. angap en tjangap, gaping; O. J. mangang, gapend openstaan; pamanga, 't gapend openstaan ; verder verwant nog Mal., Tag., Bis. n gan ga, gapen; Day. hanganga, kanga, alsook O. J. wënga, N.J. wënga, mënga, open, openen.

MANI, wederom, nogeens; bijv. in tini ka mani lima, tien en nog eens vijf. Jav. maning of maneh, hetz. Vgl. TANI.

MANINI, opgehoopt; manini-TAKA, ophoopen. Van tini, in 't F. bepaaldelijk als «tien» in gebruik, doch eigenlijk ook «menigte» beteekenende, zooals in 't Mao. M a n i n i is geheel regelmatig gevormd ; dat het in passieven zin genomen wordt, laat zich alleen uit een verloop der oude grammatische vormen verklaren.

MANU-MANU, gevogelte. M. P. man uk.

MARAMA, dame. Oogenschijnlijk hetzelfde woord als Mao. marama, lichtende; maan (zie onder r.amaka). Het is volstrekt niet onmogelijk dat het F. woord eigenlijk eene dichterlijke uitdrukking is.

MARAVU, kalm. Jav. rap u , bedaard.

MARI-A, flikflooien ; MAMARI, zich verontschuldigen, vleien. O. J. m a r i h, sussen; N.J. ngarih-arih, zoeken te bevredigen.

masima, zout (subst. en adj.). Mal. m as i n, Mig. masin a, Tag., Pamp., Bis. m a a s i n , Ibn. masin, Sumb. mési, m i s i n , Jav. a s i n en masin, Bat. ansim, alle adj.; het subst. is Tag., Pamp., Bis., Ibn. a s i n , Mig. fa n a si n& (dit eig.: waarmede men zout); Niasch asi, zee;Timor. asi, Amb. as e-1 e, Rotti echter m as i k; subst. of adj. Tombul., Tont., Ponos., Bent.

asin, Tonsaw. asing.

Masu, bidden, verzoeken ; masuta, verzoeken bij; masulaka, verzoeken voor. Vgl. Bat. mamasu, zegenen; zegen erlangen; masumasuwi, zich toewenschen. Indien deze vergelijking juist is, zijn t en / ingelaschte letters.

1. Mata, oog. M. P. mata. Mataniwai, bron; Sumb. mata-wai, Mal. mata-ay5r. Mata ni surfu, tepel; Mal. mata-susu.

2. Mata, gezelschap, klasse; mata NI tu, koninkrijk. Zie vata.

* Mat au, rechts, rechter (hand). Mogelijk is de oorspronkelijke beteekenis «mannelijk», van tau, man, mensch; zie 1 au, N°. 1. Lit het begrip «mannelijk» zou zich dat van «krachtig» kunnen ontwikkeld hebben.

Mate, dood. M. P. matai, zwak mati.

Mati, ebbend; matia, laag (water). Bijvorm van 't vorige; Jav. mati, dood, en ook: uitgedroogd (van eene rivier), laag (van een worp).

Sluiten