Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p u t u 1, afgebroken, afgescheurd; Tag. en Bis. p u t u 1, afhouwen, in stukken breken, te staan. Daartegenover staat dat Sam. m u t u - i a, afgebroken, in 't geheel geen sluitmedeklinker des stams vertoont. Aangezien nu in de Indon. talen de stammen putul en putung (verwant met Jav. kutung) weinig in beteekenis verschillen, is het bij den toestand van 't F. Pol. klankstelsel moeielijk, zoo niet ondoenlijk, met volkomen nauwkeurigheid den oorspronkelijken vorm der behandelde woorden te bepalen. Wat de s van 't F. m u s u , enz. betreft, die niet in de Pol. vormen teruggevonden wordt, deze zou zich uit de linguale t kunnen ontwikkeld hebben ; vgl. de opmerking bij SlKOSlKO.

N.

1. Na, lidwoord; zie bl. 274 hiervóór.

2. Na, teeken van den Toekomenden Tijd; zie bl. 12 hiervóór.

Nadakuna, den rug toekeeren aan. Dit woord bevat daku, rug (z. d.)en

het aanhechtsel an met ingevoegde n. Als stam is aan te nemen tadaku, dat volkomen analoog gevormd is met Day. ta-li ku t, Tag., Bis. ta-likud, met den rug ergens naar toe gekeerd; waarvan Day. n a 1 i k u t, den rug toekeeren, met de achterzijde gekeerd staan; hiermede komt het F. nadakuna geheel overeen, behalve dat het nog een aanhechtsel bevat.

Name, kieskauwen. Vgl. Mak. name, proeven, smaken en Yame, tong (z. d.).

Namu, mug, muskiet. Mal. nam uk, Bat., Tag., Bis. nam uk, Ibn. namm ü k, Da)-, üamok, Kisar. n a m u - e, Mak. en Bug. n a m o en lamu, Jav. lamuk, Mig. mok&.

namuta, kauwen. Vgl. Jav. tj a m u k, namuk, kauwen, en t j ëm u t, de lippen bewegen; verwant Tomb. sëmur, lippen, snuit; Ibn. simut, mond ; Bis. simud, snuit; gulzig eten.

Nana, etter. M. P. n a n a h.

nauta, haken, een haak in iets slaan. O. en n. J. sa h u t, ingrijpend (van een gesp); nahut, nahut, happen, snappen, schielijk pakken.

Nawa, (op 't water) drijven. Zie yanawa.

Ne — ; zie bl. 268 hiervóór.

Ni, van. M. P. ni.

Niu, kokos. Ibn. ni ü g, Tag., Bik. n i y u g, Day. ënjoh, O. J. nyfl, Mal. niyur, Bent. niu.

No — ; zie bl. 268 hiervóór.

Noku^A, ombuigen. Vgl. Jav. nëkuk, st. tëkuk, ombuigen.

Nu, gewestelijk z. v.a. KEMUNU, gijlieden. Het wordt beschouwd als eene andere uitspraak van n i, eene verminking van kemuni, doch het is waar-

Sluiten