Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnlijk niets anders dan O. J. nyu, Tag. n i - n yu, Bis. ni-nu, Tombul. niyo, 't possessief aanhechtsel van den 2 ps. meervoud.

nunu, duiken; nunuva, duiken naar. Als oude stamvorm is aan te nemen sunup, voor s u 1 u p, waarvan 't Jav. sal u 1 u p, duiken, onderdompelen, als frequentatief kan beschouwd worden.

NG.

Nga, slechts. Sund. n g a n. Ook het Mal. d j ó. n g a n, /«?, bevat m. i. een verouderd dja, d. i. N. J. adja, ,urj, en ngan; vgl. F. Senga.

Ngadi, eene soort van knods. Vgl. O. J. gandi, zeker werpwapen; N. J. ganden, houten hamer.

Ngadro, stekel, prikkel; N g adro-N g Al)ro, stekelig, braam. Oogenschijnlijk verwant met Jav. këmarung, stekel van de plant gëmbili of gëmbolo. Daar 't Mal. këmbili eene op de Dioscorea hirsuta gelijkende aardvrucht is, en deze in 't Jav. ook gadung heet, schijnen al deze woorden met elkaar verwant te zijn; vgl. F. Karo.

NGADROTA, krabben, prikken; zie NGKAROTA.

nganov-a, geil zijn op. Eene wijziging van ngarova. Wij hebben hier dus een voorbeeld van verwisseling van twee liquidae.

ngarova, begeeren. n. J. ngarëpi, begeeren; van O. J. harëp, X. J. a r ë p; waarvan O. J. a h a r ë p, N. J. a r ë p, begeerte hebben. De bijvorm nganova beteekent meer bepaaldelijk «geil zijn op»; dat in 't O. J. harëp ook deze bijbeteekenis gehad heeft, mag men opmaken uit het feit dat als aequivalent van harëp gebezigd werd en nog wordt het Skr. harsa. Dit laatste nu kon nauwelijks in den zin van «vreugde» als synoniem van harëp beschouwd worden; het is echter ook het gewone woord voor «geilheid, opgewekte geslachtslust», en daarom is het, in aanmerking genomen het F. nga nova, niet onwaarschijnlijk dat men harsa in den laatsten zin opvatte. Ook ngarongaro heeft eene ongunstige bijbeteekenis ;Hazlewood vertaalt het met «hunger, desire, lust». Vgl. ngkaro.

NGASAU, riet, pijl. Vermoedelijk eene afleiding van KASO.

Ngata, slang, adder, krachtig, scherp. In hoofdzaak hetzelfde woord als N.-O. Ceramsch monata, giftige slang, van ata, Bis. ata, dierlijk vergif. De schijnbaar zoo afwijkende beteekenissen van «krachtig, scherp» en «slang» leveren een sprekend bewijs hoe nauw de M. P. talen verwant zijn niet alleen in 't uiterlijke, het lichaam, maar ook in de ontwikkeling der denkbeelden. Immers evenals in ata, ngata, monata, de begrippen van gif, slang en krachtig verbonden zijn, zoo ook in Jav. ampuh, giftig; krachtig werkend; machtig van werking; waarbij behoort Sang. të m p u, slang. Het Mal. m an dj u r is «vergiftig, scherp, welsprekend». Zoo

Sluiten