Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men dit niet wist, zou het een raadsel zijn hoe men er ooit toe komen kon, bij het overnemen van Skr. visa, vergif, daaraan niet alleen den zin dien het in 't Skr. heeft te hechten, maar ook dien van «krachtige werking» (vooral van een geneesmiddel), die hetTag. bisa heeft; en van «kunnende, bekwaam», in 't Jav. bisa. In 't O. J. heeft bisa nog de beteekenis van «giftig» ; het is als zoodanig synoniem met mandi, N. J. mandi, giftig; krachtig van werking (van een geneesmiddel, toovermiddel, vervloeking, van de uitspraken van Zieners, van eene welsprekende rede).

*Ngato, bij 't spreken eene letter of lettergreep uitlaten. Vgl. Jav. gatul, hakkelen, niet vlot spreken.

ngaun-a, tijd, jaargetijde, leeftijd. Zonder twijfel van denzelfden stam als O. en N. J. tah u n of t a - u n , Mal. tahun, Tag. t a ü n , Mig. tauna, Mak. en Bug. tAung, Bat. ta-on, Polyn. tau, jaar. Behalve tahun bezit het Jav. ook een nahun in dezelfde beteekenis, terwijl de vorm in 't Bis. en Ibn., met onregelmatigen overgang van h in g, luidt da gun. Verder zijn verwant Ibn. nayun, duurzamheid, bestendigheid; Sang. naun, dagteekening; Tag. en Bis. laun, overjarig, oud; Sund. la-un,metder tijd. De ng acht ik hier, gelijk in Ngole (zie hieronder) ontstaan uit n.

*NGAVU, smerig. Vgl. J. gabul, beslijkt, bemorst.

Ngi, piepen, gillen, schel geluid. Een soortgelijk woord als Day. ngis, sissen, snuiven, proesten. ngingi, toejuichen, uitjouwen, 1 herinnert aan Bis. ngis ngis, aldoor lachen ; Tombul. ngi ngi, grimlachen.

Ngole, 't hoofd omwenden. O. J. t o 1 ih, an o 1 i h, 't hoofd omwenden; N. J. tolih oftoleh; nolih, noleh; Ibn. t o 1 i, Mig. t o 1 y, t o d i k a. Dit is natuurlijk een secundaire stam, afgeleid van M. P. u 1 i h, terugkeer, enz. Evenals in Ngauna moet de ng in ngole ontstaan zijn uit eene n. Over verwisseling van n en 7ig in den bergtongval zie bl. 258 hiervóór.

Ngone-DAU, zeeman. Dau is een verouderd woord voor «zee»; z. o. Tuni-dau.

ngongo, zwak, hulpeloos. Misschien Bis. ngotngot, pijn, ziek; verwant, schijnt het, met O. J. ngrës, aandoening, pijnlijke aandoening, en O. J. ngësngës, ngösngös, neerslachtigheid.

ngunuv-a, drinken. M. P. inum; met assimilatie der klinkers, gelijk in U<?U, neus (z. d.). Ook 't Sumb. heeft unu.

Ngusu, mond. Tag. ngusu, snuit, snoet; vgl. Niasch mangusu, bijten ; pass. 1 a - u s u.

Ngutuva, afsnijden. Stam, O. en N. J. kutung, verminkt, defect. Ofschoon niet in gebruik, zou eenjav. n gu tung regelmatig gevormd zijn en «verminken, afknotten» beteekenen.

1 Deze beteekenis maak ik opuit de verwarde opgaven bij Hazlewood,waarnaar ik verwijs.

Sluiten