Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*Tabu, ban, onder den ban; vakatabuya, den ban leggen op; Polyn. tapu. Ueze term ook gebruikelijk in Poso: potongo tabu pomali, z. v. a. de voorvaderlijke gebruiken en zeden. Hier vindt men dus de twee als synoniem beschouwde termen bijeen ; pomali is natuurlijk Mal. pamali, Bug. pemali, Day. pali, Mig. fady, Mak. kasipali, Tag. pasubali. Verwant schijnen Bat. robu, verboden, O. en N. J. labuh in den zin van «zich aan iets wijden, devovere», bijv. alabuh pëdjah, zich ten dood wijden. Het is een synoniem en bijvorm van sau, ban (d. i. gebod of verbod), evenals O. enN.J. labuh het is van dawuh en dawah in verschillende beteekenissen; 't zooeven vermelde Bat. robu is etymologisch O. J. rëb uh, bijvorm rëbah, neergevallen. Vormelijk is tabu verder de aorist- of substantiefvorm van 't gewone woord voor «vallen» in de talen derMinahasa, enz.: Tombul. nawu, Sang. nawo, Ibn. nabu, Sumb. (kë)nabu, Mak. naung. De vorm van 't woord voor tabu, verbod, luidt in Tjamsch tabung. De herinnering aan 't feit dat tabu zoowel «ban, bevel, verbod» als «val» beteekende, drukt zich op eigenaardige wijze uit in een symbool bij de lieden van Buru. Wanneer namelijk iemand een bevel van den vorst of de overheid mededeelt, werpt hij zijnen staf op den grond ; 't bevel en de stok heeten tabu. Welnu, deze beteekenis van 't woord is ook bewaard gebleven in O. en N. J. tabuh, bijvormen tabëh en tabah, stok voor slaginstrumenten, bekkenstok, hamer; zoo ook is Mal. tabuh, stok om op de gong te slaan, terwijl tabuh larangan, hetwelk eigenlijk slechts eene verduidelijking is van eene der oude beteekenissen van tabuh, beteekent «verbod», of meer nauwkeurig «verbodsban».

1. Ta<Ji, zee. M. P. tasik.

2. Ta^I, jongere broeder of zuster. Mal. adiq, adi, O. J. ari, N. J.en Sund. adi, Lamp. ading, Mak. ari, andi, Bug. anri, andi, Day. andi,Bat. anggi, Ibn. agit, Mig. zandry, Niasch achi, Tomb., Tond. ari in tuari, Sawu en Alor ari, Timor oli; eene andere uitspraak van ari, adi in 'tO. en N. J. is ay i, over in den Krama-Inggilvorm ray i, waarbij zich 't Binongkosche ai u aansluit. De t van tafïl is karakteristiek voor 't F. en Polyn. (Sam. tei, Mao. tei-na); het is een der vele bewijzen voor de nauwere onderlinge verwantschap dier talen. Wat die t eigenlijk voorstelt, is niet zoo licht met zekerheid te beslissen ; ik gis dat het een oud lidwoord is; een ander voorvoegsel, even karakteristiek voor eene andere groep der M. P. talen is u, in Letti, Amb. wari, Bur. wai, Middel-Ceram wali, Kei waring1, Rotti vadi.

1 De sluitende ng vindt men elders in andere verwantschapswoorden terug, Sang. i-amang, vader; Jav. kakang, oudere broer of zuster; Mal. indung, Mak. anrong, moeder; enz. Ook Sam. tamaentina veronderstellen, wegens den circumflex,een ouder tamang, tinang.

Sluiten