Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. tangka, «used of warriors, coming»; tangkava, «to come upon». Juister zeker «handgemeen worden», want dit is de beteekenis van O. J. atangkëp of matangkëp; in 't N. J. is het «gevat, vaardig». Blijkbaar eigenlijk hetzelfde woord als 't vorige.

ïangkiri, klinkende; tatangkiri-ngkiri, klingelend. Mal., Mak. giring-giring, Bug. giring-kiring, schelletje.

tani, verschillend, anders, elders. Van denzelfden stam als yani (z. d.), Singkansch Form. pani, en verwant met O. J. waneh, N. J. wëneh, verschillend, anders; met aneh, vreemd — eene beteekenisdiehetF. vertoont in sa dua na ka tani, dat is een vreemd geval! — en maneh, wederom, nog anders; het zou wel vreemd wezen, niet te veronderstellen. Aangezien in 't Jav. maning synoniem is met maneh, en dus F. Mani (z. d.) evengoed met maning als met maneh, gelijk gesteld zou kunnen worden, is het denkbaar dat ook tani, enz. aan een * t an i n g beantwoorden. Ik geloof evenwel dat tani eerder uit een tanih ontstaan is, en dat de oudste vorm van den stam ook in 't Jav. anih, andere uitspraak van alih, geweest is.

1. Tara-, in taralivaliva, bliksemsnel, en tara-tunu&a., te hard gebraden, is oogenschijnlijk hetzelfde prefix als Day. tara, doch de beteekenis is die van een frequentatief of augmentief van ta; men mag het beschouwen als eene andere uitspraak van Tag. taga, Sang., Tombul. taha; zie bl. 280 hiervóór.

2. Tara, tarava, onmiddellijk volgen of voorafgaan. Jav. tarap, in eene rij of reeks geschaard.

taronga, vragen (om te vernemen). Tag. tanong, vragen; Day. tarong, bericht.

1. Tata, I-tata, snippers. Tag. tó.ta 1, Jav., Day., Mal., Sund. tatal, Mig. Sakalawa tatalë, Mak. tatala, snippers. Hazlewood schrijft tata; ik houd dit voor onjuist, daar geen enkele der verwante talen, zelfs diegene er onder welke gewoonlijk den vollen stam herhalen, t a 11 a 1 in den opgegeven zin bezigt; wel luidt «afkappen» in hetTag. taltal, en daar i-tata ook vermeld wordt in den zin van «achopping», vermoed ik dat Hazlewood een tata of tata, snippers, daarmee verward heeft. Zie nogTA2.

2. Tata, i-TATA, order, bevel om te werken. Vgl. O. J. tata, N. J. tata, regel, orde; Tombul. tatar, Tag. tatag, Bis. taltag (reduplicatie met klankafwisseling), in orde schikken, regelen, ordenen. Een secundaire stam is Sang. tanata, verordening, waarvan tumanata, bevelen. De lange a in de eerste lettergreep, zoo het geen fout is, laat zich verklaren uit den vorm in 't Bisaya.

1. Tau, ieder, vóór distributieven, bijv. tau yadua, ieder één; tau yarua, ieder twee. Tau is Tag., Bis. tawu, tau, Mak,, Bug.,Bis.,Tond.,

Sluiten