Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sea, Tont. tou, Ponos.,Mong. tau, Sang. tau (in samenstelling), mensch. T a u y a d u a is dus eigenlijk ons « de man één».

2. Tau; veitau, vriendschap; i-tau, vriend. Eigenlijk kennis; met wien men gewoon is (om te gaan). Verwant met Mal. tahu, leeren kennen, kennen; Jav. tahu, gewoon zijn, plegen, waaraan rechtstreeks F. dau (z. d.) beantwoordt. Tau is een bijvorm met eenen medeklinker tot sluiter. Dit blijkt uit i-tauraki, boezemvriend, eig. iemand dien men totgemeenzamen vriend maakt, en uit het Mao. mataur-anga, het kennen; zie onder Sam. Ma tau.

3. Tau, vallen (van regen), regenen; tau^a, beregenen. Feitelijk het Jav. dj awu h, regenen, dat evenzeer, doch op andere wijze, een bijvorm is van dawuh, dawah, vallen. TaU(Ja, de oogen betten, «bathe the eyes», is natuurlijk hetzelfde als tau^a, beregenen; de andere beteekenis «to anoint the eyes» lijkt ietwat verdacht, tenzij de zalf zeer dun en vloeiend is. i-tau, «a branch thrown down in a place where one has seen a god, done every time one passes the place» is, als men deze omschrijving van Hazlewood voor nauwkeurig houden wil, een verbazend veelzeggend woord. Ik twijfel niet of het beteekent eenvoudig «wat men laat vallen», van tau, vallen ; vgl. Tombul. nawu, vallen, en de overeenkomstige vormen onder tabu aangehaald.

tau-^oka, doorboord. Hier is tau duidelijk synoniem met Lau2(z. d.), zoodat beide woorden vermoedelijk tot denzelfden stam behooren, welks vertakkingen zoo menigvuldig zijn.

Tauke, bezitten, eigenaar zijn. Uit tau, mensch, man, persoon, en ke, bezitting (zie bl. 269 hiervóór). Het woord moet dus oorspronkelijk een substantief zijn, samengesteld op de wijze van Sumb. tau-kukus, gierigaard, van kukus, gierig; Mak. tu-manginrang, schuldenaar. In 't Maleisch doet tukang denzelfden dienst in samengestelde uitdrukkingen als Mak. tu, Sumb. en F. tau; bijv. tu kan g-tj u ri, leugenaar.

taumada, voorste; en taumuri, achterste. Eigenlijk «voorman» en «achterman» ; de beteekenis van tau is in deze en soortgelijke uitdrukkingen zóó verzwakt, dat het woord het karakter van een afleidingselement heeft aangenomen.

Taur-a, planten op, beplanten. O. en N. J. tandur, Sund. tandur, Sumb. töndu, planten. Taura, aanvatten schijnt eenen anderen oorsprong te hebben.

Tava, snijden, intr.; tava, trans. Misschien verwant met Moa tawê, Letti tawe, of Mal. t£bang, Jav. tëbang, Mak. tabang, snijden , snoeien, houwen.

Tavaya, flesch. Tag. tapayan, kruik; Mal. tampayan, watervat.

Sluiten