Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene andere uitspraak van Jav. t a p i s, schoon op (zoodat er niets meer overblijft). Dat a en ë kunnen afwisselen, ziet men uit de homoniemen Mal. t&pis of t é.p is , afslaan, en O. J. tapis, N. J. t ë p i s , rand.

tovo ; totovo, i-tovo, gewoonte. Grondvorm van Sam. n o f o, Mao. noho, wonen, verblijven, verwijlen. tovo is O. J. tëpët, bestendig, vast; Tag. t a p k t, Bis. t a p a t. In eenigszins gewijzigde beteekenis Ibn. 14ppo t, huisvesten en Bat. topot bezoeken; vgl. ons «logeeren» dat nu eens intransitief, dan weer transitief is.

TOVU, rug, romp (gewestelijk). Vermoedelijk Mal. t ü b u h, lijf, lichaam.

1. Tu, heer, in Tu-RANGA (z. d.); «tu at the end of words seems to imply greatness, or importance»; hetzelfde woord als in t u r a n g a. Tu is öf Mal. t u n , titel van den Bandahara, öf t u , dat voorkomt in M. P. r a t u , d a t u, vorst, priester, of beide.

2. Tu, staan, er zijn; doch ook in bepaalde gevallen z. v. a. daar, ginds; bijv. sa lako tu, ginds komt hij. Even als de meeste, zoo niet alle woorden in 't M. P. welke het begrip «er zijn» uitdrukken, een plaatsaanduidend woord, nu eens bijwoord van plaats, dan weêr aanwijzend voornaamwoord 1, als ook voorzetsel en werkwoordelijk praedicaatswoord. Het Bat. bezigt t u in den zin van «naar, tot», doch ook in dien van «aan de zijde van» ; het Day. in-tu in dien van «in, aan, te, naar». Neemt men in aanmerking dat het Jav. tëka eenige van de beteekenissen van tu, intu in zich vereenigt, en dat de ontbrekende om zoo te zeggen aangevuld worden door F. toka, dan zal men den afstand die er tusschen tëka en toka oppervlakkig beschouwd schijnt te bestaan niet zoo groot vinden. Intusschen zou men ook kunnen denken aan Bis. tuntun, rechtopstaan; Tag. tungtung, met den voet op iets gaan staan ; het Sam. tutu pleit hier niet voor, want uit den vorm met nasaal zou t u t ü voortkomen.

3. Tu; zie onder Tungi en Tutu N° 1.

**4. Tu, als achtervoegsel geeft superlatieve beteekenis. Zie Sam. T u.

TUA, een woord waarmede kinderen hun grootvader aanspreken. O. en N. J., Mal. tuhan, tuwan, Heer. In ettelijke verwante talen wordt op gelijke wijze «grootvader» door «heer» aangeduid; o. a. "lag. Bis. apü, heer, grootvader; Ibn. a f ü ; Tombul. Tond., Tont., Sea o p o; Bent. a w u. Dit gebruik is niet beperkt tot M. P. gebied ; ook in 't Skr. beteekent arya Heer, en grootvader; arya Mevrouw, en grootmoeder.

TUAKA, oudere broeder of zuster. Uit hetzelfde t u h a n, t u w a n 2 en k a, Jav. ka, of k a n g, meer gewoon k a k a of k a k a n g, doch steeds r a k a;

1 Dit laatste gewoonlijk in verbinding met », o. a. Mal., Tag. i tu; als declaratief voegwoord «dat» ook afzonderlijk in 't Ibanag.

2 Ook in 't Skr. is arya een gewone betiteling van een ouderen broeder.

Sluiten