Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handeling. Jav. tu t u k, Mig. t o t o ka, Bis. tuktu k, Tag. t u g t u g, Mal. tu tu q. De eenvoudige stam zonder i komt nog voor in 't Polyn., bijv. in Sam. patutu, kloppen (vormelijk = een Mal. batutuq), dochMao. patuk i, t u k i. De niet geredupliceerde vorm is over in Jav. tuk, klop; Mak. pantu, bepaald: pantuk-a, knods. 1

Tule, oorsmeer; dalinga-tule, verstopt oor, doof. Gewestelijke uitspraak van dule (z. d.).

Tunaka, de ingewanden van dieren uithalen. Verwant met Ibn. ü n a g, binnenste, ingewand; Tombul. unër, Sea u n ë d, Tond. u n ë r, n u n ë r, 't midden, te midden; Bis. unod, 't binnenste van iets; Bat. unok, 't binnenste gedtelte; 't middelste van iets. Een opmerkelijke bijvorm van unër in 't Tombul. is wu nak, merg (van beenderen). Vgl. omtrent de k de opmerking bij Ramaka, Yakavi en Yaloka.

Tuni in tuni-ka, rijkaard; tuni-dau, zeeman. Aangezien tuni-dau synoniem is met ngone-dau, is het duidelijk dat tuni, persoon, man, mensch, moet beteekent hebben. Het is Timoreesch atoni, Anudha en Mahaga tinoni, Nufoorsch snun. Deze laatste zijn gevormd met infix i n van een secundairen of met aanhechtsel i verbonden stam tuni, dien we in 't F. als substantief gebruikt aantreffen. De wortel van dit t u n i vertoont zich in Jav. wëtu, F. votu, voor den dag komen; waarvan o. a. wëton, geboortig, voortbrengel, geboorte. T i n u n i is dus eigenlijk «de voortgebrachte, wat geboren is», Skr. j a t a of janman. De d van dau, zee, in plaats van 1 a u , kan daardoor ontstaan wezen dat tusschen tuni en 't volgende woord de genitiefaanduider stond; uit t u n i'n 1 a u kan zeer licht t u n i'n dau worden. Noodzakelijk is die veronderstelling evenwel niet. In vu tunika, (niet vutu ni ka, zooals Hazlewood schrijft) herkent men licht vu, M. P. pu ; de uitdrukking beteekent dus eigenlijk «heer rijkaard».

TuNGI, secundaire stam, waarvan tungiva, aansteken (vuur). Sam. tun g i - a, aangestoken ; Mao. t u n g i t u n g i, oven. De eigenlijke stam is duidelijk M. P. tu n g, bijvorm van tu n en t u , welke in sommige talen niet meer uiteen te houden zijn. Voorbeelden van den door nasaal gesloten stam zijn: Sang. tinungoftinun, gezoden ;matutung, aangebrand, doch ook m a n u, verbranden ; Ponos. tutungan, in brand ; mohotutun, Tonsaw. tumutun, branden; Day. totong, manotong, aansteken, afvuren; Tombul. t u t u n g, fakkel. Een van tungoftun afgeleid woord is Sang. putung of putun, vuur; dat als nieuw stamwoord behandeld oplevert Mak., Sumb. mutung, branden. Voorbeelden van tu zie men onder Tutu, N°. 1.

1 Het hier volgende Tdkuna is geschrapt. (Noot van 1916).

Sluiten