Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yakavi, avond; zoo ook in den bergtongval, waarin yavi daarentegen «namiddag» uitdrukt. Zoowel 't eene als 't andere houd ik niet alleen voor verwant met Tag., Bis., Ibn. gabi, Sang. hëbbi, Ponos. gowii (identisch met Bis. bijvorm gabii), maar voor twee ontwikkelingen van hetzelfde woord behoudens den voorslag van y a in 't eerste. De lettergreep ya in yavi zou dan een anderen oorsprong hebben dan in yakavi en gelijkwaardig zijn met de lettergreep ka. De letter waarmede gabi begint moet nu eens geklonken hebben als de Philippijnsche^, waar die uit den gebrauwden triller ontstaan is, dan weer als eene gewone alleen zóó kan men een Ponos. gowii naast een Sang. h verklaren. Varianten van één en hetzelfde woord met verwisseling van naverwante klanken moeten reeds in de grondtaal bestaan hebben, zoodat de klankverschillen die men in de verwante talen aantreft grootendeels niet te wijten zijn aan eigenaardige vervormingen van 't oude klankstelsel, maar aan eene keuze uit het erfgoed der vaderen. Als men bijv. een Mal. b u k i t met Jav. w u k i r vergelijkt, dan kan er alleen in zooverre van latere klankontwikkeling sprake wezen dat het Mal. eene sluitende media heeft laten overgaan in eene tenuis, maar de media, in dit geval eene linguale d, moet het geërfd hebben. Evenzoo heeft de Batak in aek, water, niets veranderd dan eene sluitende^; welkehij geërfd had, evenals de Maleier de gewone r van a y & r, of anders eene soort van gebrauwde r of wat op hetzelfde neêrkomt, eene geschraapte gh, iets als de Arabische ghain. Vóór de scheiding van Bataks en Maleiers moeten die twee soorten van trillers verward zijn geworden. Het sterkste bewijs voor deze stelling ligt in 't feit dat in één en dezelfde taal beide ontwikkelingen naast elk&ar voorkomen. Bijv. Tombul. unër is Ibn. unag; het Bat. moet unëg, met geschraapte^, geërfd hebben, welke het heeft laten overgaan in de gewone g, en daarna zelfstandig aan 't einde des woords verscherpt tot k. In 't Tombul. ging de gebrauwde r in eene gewone over, en kon toen niet meer in eene tenuis overgaan. Maar 't Tombul. had ook eenen bijvorm van Ibn. unag geërfd, nl. een w u n a g, in de eenigszins gevarieerde beteekenis van merg (van beenderen), en deze vorm ging denzelfden weg op als in 't Bat.: het werd wunak. Dat dit ook in 'tF. gebeurd is, daarvan strekt onsTUNAKA (z. d.) tot borg, en in yaloka (z. d.) zullen we een ander treffend voorbeeld ontmoeten, waarbij het tevens duidelijk zal worden dat het Jav. evenals 't Tombul. en F. hier en daar naast de in zijn eigen gebied typische vormen ook andere, die elders karakteristiek zijn, bezeten heeft. Om nu tot yakavi terug te keeren, de typische F. vertegenwoordiger van dePhilipp.^in gabi is een klank die anders verdwijnt, doch in 't bewuste woord is ze bewaard, ofschoon verscherpt tot tenuis (ten minste in 't schrift); het F. had dus naast 'abi geërfd een gabi, gelijk het Ponos., met gewone^. Dey in yavi is

Sluiten