Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hëbbi, nacht; in welk geval de overgang der beteekenis dezelfde zou wezen als in Mig. alin&, tienduizend, eig. nacht.

Afi (ahi), vuur. Mal. dpi, Bat. Pamp. en Sula api, Binongko avi, Alor ape, Sumb. épi. Met anderen klinker in den uitgang O. J. en Mad. apuy, Tag., Day. apui, Mig. afu.

Afi-afi (ahi-ahi), avond. Vermoedelijk Tag., Bis. gabi, Sang. hëbbi, nacht.

1. Afu, motregen. Dit kan aan Day. hawo, stofregen, beantwoorden.

2. Afu, zich 's nachts dekken; deken. Misschien Mal., Bat., O. J., Day., Tag., Bis. saput, Mig. safutrü, Bug. sampo, bedekken. Aangezien er geen afleidingen worden opgegeven waaruit de oudere sluitletter op te maken ware, en het woord ook niet in 't F. voorkomt, zoodat men alle zekerheid mist omtrent de oorspronkelijke beginletter, blijft de vergelijking onzeker.

3. Afu, heet gestookt, van een oven. Hoogst waarschijnlijk hetzelfde woord als, of althans verwant met Mal. dapur, keuken, haard; Tag., Bis. dapug, Day. dapohan, Tombul. ramporan, Tont. amporan.

Afua (aiiua), zwanger. Uit voorvoegsel a, O. en N. J. a, Day. ha, en Fua, vrucht (z. d.); dus eig. «met vrucht zijnde».

AFU AFUA, in den staat zijnde van vrucht (foetus). Uit hetzelfde voorvoegsel in den zin van «als» en FUA.

afulu, overrijp; eig. verrot; afulunga, verrotting. Tombul. wuruk, Mal., Bat. buruk, Mig. maburuk&, Bug. amporo, N. J. borok, naast wuk, O. J. wük, Tag., Bis. buguk, Ponos. wuyuk, Mong. buyuk, Sund. biyuk, Bent. wuwuk. Na vergelijking dezer talen mag men opmaken dat reeds in de grondtaal twee varieteiten van hetzelfde woord bestonden, de eene met gewoner, de andere met de gebrauwde

Al (ai ; in den nomin. W-Al, d. i. o, nominatiefteeken, -f- ai), wie? F. óei.

* Al; lees ai (aki), om iets vragen; in 't Sam. alleen in samenstelling, als prefix: al-see, voedsel vragen; ai-sila, om visch vragen. Aki is synoniem met het voorvoegsel maki in Tag., Bis., Ibn. Sang.

Ai; lees al, in al-WAO, wild, eig. in de wildernis wonende; alNGA, geslacht, Mao. KAINGA, dorp. F. kai, bewoner (van).

altu, een geest; aitua, waar geesten of spoken zijn; Mao. een slecht voorteeken. Tag., Bis., Ibn. anitu, Bat., Sawu nitu, Mentawei si-nitu, geest, spook.

Ala (ara), weg. F. sala.

'Ala, gladde steen (kara, basaltsteen). Mal., Sund., O. en N. J., Mak. karang, Bat. harang (gespeld karang), Mig. harangS, rots, zwarte steen, koraal; Day. karangan, kiezel.

Sluiten