Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Funga, bloem, bloesem. Mal. bunga, O. J. wunga en bungah, Day. bungah, Tombul., Sang. wunga, bloem, bloesem; Tag., Bis. bunga, Ibn. bunga, vrucht. Dat het woord in 't Mal. eertijds ook «vrucht» uitdrukte, mag men opmaken uit de beteekenis «rente, interest», daar het Skr. hiervoor phala gebruikt. Opmerkelijk afwijkend in vorm is Mao. pua, bloesem, bloem. Of dit uit een oud wunga(h) te verklaren is, dan wel eene andere uitspraak is van fua, vrucht, is moeielijk uit te maken.

FUSI, vastmaken, knoopen. F. v u s i, vastmaken, toeknoopen.

1. Futi, pisang. F. vudi.

2. Futi, haren ofveêren uittrekken. F. vuti.

I.

I (i), in, naar. M. P. i.

Ia, voornw. 3 pers. Vgl. F. ya.

I-a (ika), visch. F. ika.

vIe, fijne mat, doek, lap. F. kie-kie.

IFI, kastanje. F. ivi.

IFO (ilio), naar beneden ; zich nederbuigen. Samenkoppeling van i, naar, en een stam fo. De reduplicatie van dit fo, M. P. wo, nl. wawo, duidt wel is waar meestal het tegendeel aan, nl. boven, doch Sang. mawawo is «laag, ondiep»; vgl. de verhouding van Lat. sub tot super, supra, Gr. vtco tot vnsQ, Skr. upara, lager, tot upama, hoogste. Hoewel oorspronkelijk eene samenkoppeling, wordt IFO geheel als stamwoord behandeld, evenals de analoge woorden ingsor, naar beneden, induhur, omhoog in 't O. J., waaruit afgeleid zijn umingsor, minduhur.

Ili, waaier. F. i-iri, bij iriva.

vIli, doen klinken. F. ngkiria.

1. ILO (iRO), worm. F. ulo. De verandering van u in i bij dit woord is eigenaardig Polyn, evenals in filo.

2. Ilo, blikken, bespeuren ; iloa, aanblikken. F ilova.

nIni, iini (kikini, pass. kinitia), knijpen. F. kini.

Ino (kino), slecht; ïnoïno, haten ; inosia of anusia (kinongia), gehaat, hatelijk. Vgl. O. en N. J. ë n ë s, verdriet. Zelfs in talen waarin de ê anders niet in i pleegt over te gaan, bijv. in 't Jav., vindt men dien overgang meermalen vóór eene ?i, bijv. N. J. pinudju, voor pënudju; Menangkabausch Mal. minang voor münang.

Inu (inu), drinken; inum-ia, te drinken. M. P. i n u m, F. u n u m -a.

Io, ja. F. io.

To, vol. Vermoedelijk wanspelling voor io, O. J. hibëk of ibëk, vol.

ISU (ihu), neus. F. u<Ju.

Sluiten