Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indon. sumakit in dezelfde verhouding als bijv. O. en N. J. mëkar tot sumëkar; O. J. mëmbang, in bloei, tot kumëmbang, en tot sakit als O. en N. J. mëkar tot sëkar, bloem, F. tokara. Eene soortgelijke verhouding vindt men in O. J. mubur tot lumëbur, vergruizen, verdelgen.

Maili, beginnen te waaien. Zie Ili.

1. Mala, ramp; malato-i-mea, calamity coming on things. O. J. enN.J. walat, ramp, vloek; Bal. overtreding. Vreemd is het substantief malato, daar dit duidelijk in vorm met het O. J. adjectief walatën, vloekwaardig, gevloekte, overeenstemt,

2. Mala, een doode. Vgl. F. mara, begraafplaats, en Jav. këmara, verschijning van een doode.

Malama (marama), lamp, de maan, licht (worden of zijn). Uit voorvoegsel m a en Lama (z. d.).

Mal au, visch. Sund., Day. lauk, visch. Het voorvoegsel is hier geheel overbodig.

malemo, verdrinken. Zie Lemo.

MALIU, gaan; M. ATU, heengaan; M. MAI, komen. F. liu; vgl. LIU.

1. MALO, doek, lap. F. malo, narrow native cloth (van den bast des moerbeziebooms, die malo heet).

2. Malo, gebied, gezag. O. en N. J. walër, gebod of verbod; grenslijn.

Malö, den staart laten langen. F. malo.

Malo, malosi (maro, MAROHI), hard. Oogenschijnlijk verwant met Jav. rosa, kracht; doch vorm en oorsprong van dit laatste zijn alles behalve duidelijk.

Malu, tempel; malumalu, verblijf van een geest. Indien het woord malü klonk,zou men mogen denken aan Tag., Bis. balungbalung, hut, loods; O. en N. J. warung, kraam.

MALUMALU, bewolkt, betrokken,beschaduwen. F. malu malu, schaduw.

1. Mama, ring. F. mama.

2. Mama, kauwen. F. mama.

Mama (mama), niet zwaar. F. mamaila.

Mana (m&na), macht; Mao. whakamana, machtig maken; pass. whakamanang-ia. F. mana, N°. 2.

Manawa of manawa ademen, leven, pols, buik (manawa, adem, buik; ook: geest, zin, in manawa reka, vergenoegd zijn). Mal., Jav. nawa, ziel; Mak., Bug. nawa, gedachte; Bug. ininawa, Mak. nawa, ziel.

Manga (manga), vertakking. Tombul., Tont., Sea,Ibn. pan ga, tak; Day. panga, blok; Sang pënga, stok; voorts O. J. pang, N. J. pang of ëpang, F. ba, tak.

Mangi (mai-a, voor mani-a — mangi met aanhechtsel an), heldhaftig,

Sluiten