Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mak. en Mao. woorden zich met elkaar vergelijken, al is de oorsprong der r misschien niet dezelfde.

7. TAU (tau), jaar, jaargetijde. Indon. ta(h)un.

Tau-awa, loods. Hetzij uit Tau n°. 4, of tau (matau), weten, en awa, O. J. ha wan, weg.

tau-nuu, voltooid worden, bereiken. Vormelijk komt nuu oogenschijnlijk overeen met een Jav. nut, stam tut, O. J. t ü t, uit t u'u t, Mal. turu t, Bis. tu gu t, enz., maar hierin ligt het begrip van volgen, meegaan, inwilligen, hetgeen niet goed met de verklaring van tau-nuu strookt. Daarom zou men geneigd zijn nuu gelijk te stellen met Jav. n u t u g, st. t u t u g, ten einde toe, aangekomen aan 't doel. De t kan uitgevallen zijn gelijk in lau, honderdtal.

Tefe, besnijden. F. teve.

Tei (tei; Raro tonga tae), jonge broeder of zuster. F. ta'h.De e is Umlaut.

Tewa, van huis wegloopen; actief durat. is newa in taanewa, vagebond; landlooper. F. te va, op zij? De F. v beantwoordt echter anders niet aan Sam. w. Jav. tiwaroftiwang, afdwalen.

tlfa, paarloester. F. (jlva. De klankverhouding is onregelmatig; vgl. matangi, wind, met F. a n g i.

Tila (tira-tu), mast. Mak. t i n r a, rechtopstaande paal.

TlNA, moeder. F. t i n a. De a veronderstelt eenen vorm i n a n g, die o. a. in 't Sang. als Voc. de gebruikelijkste is.

TlNO, zeker, waarlijk, inderdaad, lichaam; tegenwoordig zijn. Wellicht Tag., Bis. tin au, helder zijn. De verhouding tot F. dina is niet duidelijk.

Tio (tio), oester. F. d i o.

To, planten (to, stengel). F. rfo, plant, kruid, gras. Klankverhouding als bij tifa en ma-tangi.

1. TOA, sterk, moedig, krijgsman (toa, dapper). F. doa, O.J. twas (pit en hart), enz.

2. toa, persoon; ètoa (katoa), alle (vgl. Oudhoogduitsch gimanno, viritim). Afleiding met aanhechtsel an van *to, lag. tauo, Bis. tauo, tau, Ponos., Bent., Sang., Mong., Mak. tau, Tombul., Tond., Tont. tou.

3. Toa, hoen. F. toa.

Tofo, proeven. F. tofo-lea.

Tole, de vrouwelijke geslachtsdeelen. Vgl. Ibn. kinatolayan, geslachtsdeel; van tolai, mensch, dier; van daar ook k a t o 1 ai, natuur, aard, t o 1 a y a n, wat geboren wordt.

TOLU (TORU), drie. F. to 1 u.

Toma, vervloeken. o. en N. J. tëmah, gevolg, inzonderheid dat van eene verkeerde handeling.

Sluiten