Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Tupu, oppervorst. Uit t u en m p u, of t en u m p u (Sumb. u m b u, Heer). Vgl. Mig. tompo, Day. tëmpo, O.J. tampu, heer, grooteheer. Eig. hetzelfde woord is F. tubu, voorouders; Mao. tupu-na. Vandaar Sam. tupua, afgodsbeeld.

2. tupu (tupu), Tonga tubu, spruit, spruiten, groeien. f. t u b u.

Tusi, aanwijzen, letter, boek; tusitusi, gestreept; ook even als Mao. t u h i -1 u h i, schrijven. F. d u s i, aanwijzen ; i - d u s i, wijsvinger; en t u si, inlandsche gestreepte of gebloemde stof. Voor het onderling verband der beteekenissen vgl. ook F. v o 1 a , i - v o 1 a.

1. Tutu; zie Tungia.

2. Tutu, in patutu, slaan. Jav, t u k, t u t u k of t u k t u k.

1. TUTÜ, 't einde raken. F. tutu, uiteinde, rand.

2. Tutu, walvisch. Eenigszins verdacht, daar ook tafola als «walvisch» te boek staat. Niet onwaarschijnlijk heeft men 't Jav. tj u tj u t, haai, te vergelijken.

TüTü, soort van krabben. Zou soms Mal. t u n t u n g, soort van zeeschildpad, bedoeld zijn? In klank stemmen beide woorden volkomen overeen. TUTUE, mager. F. t u t u e.

Tuu, laten; wanspelling voor 't volgende.

Tuü, zetten, geven, laten, navraag (tuhu, neerlaten, overgeven); tuuna, lees: tuüna(tukua), gelaten, neergelaten. F. tuku, i-tukuni.

TuUPO, lees: tuupö, eenen dag bepalen; eig. eenen nacht zetten. Bij de Malayo-Polynesiërs wordt of werd «nacht» gebruikt om ons «etmaal» aan te duiden, evenals bij de Germanen. Sporen daarvan vindt men ook bij de oude Indiërs, o. a. in de uitdrukking dïrgh a ra t r a m, voor langen duur; ciraratra; enz.

U.

U, loeien. Zie Uu N° 1.

Ü, riet. Vermoedelijk samengetrokken uit u e of u i; vgl. Tombul., Sea ue, Tag., Bis., Ibn. uai, uw ai, Mak. uwe, Sund. howe, Day. uai, oai, Ponos. uoi, Bent. oi. Vgl. ook Tombul., Sea wiwi, Sumb. iwi, rotting, en Mao. wiwi, biezen. F. heeft tui.

1. Ua (ua), regen. F. u ö a.

2. U&, zenuw; ua, ader. Denkbeeldig onderscheid; in beide gevallen luidt het woord ua; Mao. met herhaling: uaua, zenuw, ader. IH. u a.

3. UA, braken. Ondanks de beteekenis, welker juistheid niet boven alle bedenking verheven is, Mao. UA, zie onder PUAl.

uauatai, met een hefboom oplichten. Dat bevat eene varieteit van denzelfden stam als Fua N°. 4, en mafa; uat veronderstelt een O. J. u wat naast wwat; vgl. O.J. uwangin sowang, ieder, naast wwang.

Sluiten