Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iro, tevreden. Ibn.,Bis. ilug, begeerte, lust;Mak. ero.

Kaha,sterk.Vlg.ngka.Hetwoord is gevormd uitlndon.kas en affix an.

kahua, gelijkenis. o. J. kap wa, kapua, Tag. kapuwa, gelijk, gelijkelijk.

Kai,boom. Sund., Tombul., Aru k a i, boom. Een vorm zonder k vertoont Kei, Rotti, Letti a i, M. Ceram a i a, Amb. a i i. De naaste verwanten van alle deze talen bezitten kayu of wat hiermee overeenstemt. Wij vinden dus over 't gansche M.P gebied het verschijnsel dat onderling zeer naverwante talen, zooals Jav. en Sund.,Mao. en Sam., Rotti en Tim., Tombul. en Tont. tusschen kai (ai), en kayu eene verschillende keuze gedaan hebben. Zulks ware volstrekt onmogelijk indien de verschillende vormen niet reeds in de grondtaal bestonden.

Kaia; zie Keia.

Kame en kome, voedsel; tame, voedsel; smaken, eten. Klaarblijkelijk zijn deze woorden eenerzijds verwant met F. y a m e en wat daarbij aangehaald is; anderzijds met Bis. homai, Ibn. ammai, Sang. ë m e, Bent. m a i, Bat. ome, eme, Lamp. me, rijst.

Kapi, bedekt. Vgl. Jav. amping, bedekken, schutten; de k=]zv. këof k a

Karahu of tarahu, haard, oven. Uit voorvoegsel k a of t a — welker gelijkwaardigheid hier duidelijk uitkomen — en Mal. dapu r, enz. Zie onder Sam. afu, N°. 3.

KARAriTi,aan elkaar voegen. Vgl.Jav.dampit, tweelingen; dempet, tegen elkaar aan; voorts de voorbeelden aangehaald onder Sam. a p i a p i.

karapoti, insluiten. Van eenen wortel pët, waarvan o. a. Jav. rapët, Bat. marapot, Mal. rapat, Mig. rafitri, als ook Jav. pëpët, versperd, behooren. De/ is vermoedelijk uit een m p ontstaan, gelijk in 't vorige woord.

Karu, oog; hoofd. Vgl. Sumb. pë nggadu, het toezien.

keia of kaia, stelen (intr.); keiatia, gestolen. O. J. ayat, bedoeling, wil; Ibn. kayat, geneigdheid; Tombul. ayat, mayat, opheffen; O. en N. J. mangayati, ngayati, de hand naar iets uitstrekken.

Keu-keu,bewegen(intrans.). Sang.kiyo, kumiyo, Mak. giyo, agiyo, bewegen.

Kl, spreken; denken. F. kai, kaya.

Kino, boos zijn; kinongia, gehaat. Vgl. Sam. i n o s i a.

Kiri, huid, bast; Tonga kili, F. kuli.

Kite, zien. Zie Sam. ite.

Komaru; zie Mamaru.

Kome; zie kame.

Kopaki, «husk of seed, a covering».Uit prefix ka en een te vermoeden

Sluiten