Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

umpak, nasale uitspraak van Ibn., Tag., Bis., Day. upak, Mig. ufa, bolster, schil. Het aanhechtsel i geeft te kennen dat het woord een collectief begrip is.

KOPU, RarotongaKOBU,buik.Jav. këmpung, onderbuik; Sumb. kambu (voor kam p u n g) , buik 1 ; Ponos., Mong. ko mpo ng, ingewand.

KOPUNI, te gader. Uit prefix ko = Jav. k ë, en mp un , dat het hoofdbestanddeel uitmaakt o. a. van Mal. en O. J. himpu n, Jav. i m p u n; Tag. en Bis. zonder nasaal ipun; voorts Mig. fompuna, Jav. punpunan, in 't geheel. Ook behoort hiertoe Tag. kampun of kampung, Mal. kampung, kampong.

KOPURUPURU, stinkend; PURU, muf. Mal. buruq, Jav. buruk, b o r o k, Sund. buruk, bedorven, verrot, rottig.

Kumikumi, baard. F. k u m i.

Kutanga ; zie Tanga.

**MaHANA, warm ; = O. J. mapanas, stam J. panas.

Maharo of miharo en miho, wonderbaar; wonder; zich verwonderen. Een prefix m i (naar gelang van omstandigheden ook p i) komt in verscheidene Indon. talen voor; in sommige echter, o. a. Mig., schijnt het ontstaan uit m ë r (p ë r). Wegens den aard van 't begrip in m i h a r o vervat, zou ik denken dat Mao. m i hier de waarde heeft van Jav. mi, bijv. in m i t ë n ggëng of mitënggëngën, gebruikelijker kamitënggëngën, verbaasd. De o in miharo is een aanhechtsel, Jav. ën, zooals blijkt uit den bijvorm miha.

Makutu, betooveren, beheksen. Vgl. Sang. kakakutu, 't vervloekt zijn ; m u t u , vervloeken ; grondvorm u t u, waarvan k u t u een secundaire stam is op de wijze van M.P. k i t a, zien, grondv. i t a.

Mamaru en komaru, de zon. Van denzelfden wortel als O. J. lahrïi, warm jaargetijde. Als wortel beschouw ik O. J. h r ü , pij 1 j m a h r ü, letterlijk «als pijl» of «scherp», Skr. tiks n a. Daar nu in alle talen de begrippen scherp, steken en hitte, sterk licht, verwantschap toonen, en maru, mamaru in beteekenis geheel aan een Skr. te jas vin beantwoordt, schijnt de afleiding niet twijfelachtig. Ko in komaru heeft m. i. de waarde die het in 't F. nog bezit, van een persoonaanduidend woordje. Ook in 't Jav. bevat de naam der zon, sanghyangwe, N. J. verbasterd srëngenge het persoonaanduidend sang.

Mapura, vuur. Zie Sam. p u 1 a.

Mauka, droog. F. m a d u, met aanh. a n.

1 Een sluitende nasaal valt in 't Sumb. menigmaal af, bijv. in rau, blad (voor raun); djara, paard (voor djaran), ngara, naam (voor ngaran); puru, naast purun, afdalen (van denzelfden wortel als Jav. turun).

Sluiten