Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tlueru, uithoozen, een schepper. heru identisch met, of een variant van Mak. siru, sirung, Bug. s i n d u, N. J. se r o k, schepper.

tlke-tlke, hoog, hoogte. Mal., Day., Mak. tinggi, O.J. matinggi, Mig. dinggy. De nasaal is geassimileerd of weggevallen, gelijk ook in w a k a, boot, voor wangka; deg, of gg werd, evenals met de overige mediae pleegt te geschieden, verscherpt. Vgl. Metengi.

1. Tiri, «an offering». Mak. tiri, gieten, schenken.

2. Tiri, bij elkaar plaatsen. Mak. t i n ri, naast elkaar; Mal. ti n d ih, Jav. tindih, Mig. tindry, wat bovenop ligt.

Toa, spel. Vgl. Jav. t o h, inzet bij een weddenschap; b o t o h, dobbelaar, speler ;botohan,met elkander spelen; Mak. a b ó t o r o, Bug. b o t o, speler. Men zou verwacht hebben t a u a, daar etymologisch Jav. to h = Mal. taruh is, doch het Mak. en Bug. vertoonen ook eenen van den gewonen regel afwijkenden vorm.

tohunga, priester. Poso tadjuna, priesteres (zie Riedel, Bijdr. Kon. Inst. 5e Rks, I, 1886, bl. 83; de vorm t ad u n j a is een drukfout).

toremi, verdwijnen; nom. action. toremitanga; ook met verwisseling der nasalen: torengi, torengitanga. Jav. dëmit, verborgen. To is het prefix Mal. t & r.

Toro, kruipen. F. dolo.

tuiau, vloo. Eigenlijk «hondenluis», van tu, verkorting van kutu in samenstelling; i, van; en een verouderd au,eig. ahu, M. P. asu, hond. Evenzoo Tag. ku t u'n asu, Mal., Sund. kutu andjing.

Turaki, wegduwen. Tag., Jav., Sund. tulak, Mal. tulaq, Mak., Bug. tola, Mig. tulak&.

U, vrouwenborst, uier. Zie Sam. s u s u.

uaki, openen; sluiten; puaki, openen (bijv. den mond). Zie Sam. puai.

Uhu, geween. Vermoedelijk Sam. uu,Jav. uhuh,uwuh, schreeuwen; voor de h vgl. h i k u voor i k u, staart.

Unga, aankomst, zenden. Zie onder Sam. 1 u n ga.

Uri, spoor. O. J. wuri, wuryan; waarvan ook Mao. muri, Sam. m u 1 i, enz.

UTU, loon, betaling; utunga, tijd of wijze van betaling. Tag., Bis., Jav., Sund. untung, Day., Mak., Bug., Mal. ontong, Mig. wintana, Sumb. u tu , gewin ; Tombul. muntung, mahuntung, gewinnen.

Uwiia(Tahitiufa), wijfje (van beesten). Ibn., Tond. upa, hen.

Waha, mond. Zie Sam. wawa. Kuwaha, monding, moet ontstaan zijn uit këwaha, gelijk o. a. Jav. kuwasa uit këwasa. Evenzoo puaha, een synoniem van kuwaha, uit p ë w a h a; daarentegen pouaru. De functie van een prefix pë, dat Indon. wë of wër zou luiden, is in puaha nog

Sluiten