Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kere uitspraak van ra, ouder da, dat in Oj., Nj., Fi., Malag. enz eershalve staat in woorden als Jav., Fi. ratu, vorst, Tag., Bis. dato, Mal. datuq, enz.; Fi. radi, vorstin, vrouwe; Oj. rama, Nj. rama, Singkansch Form. rama, Sideisch zama, vader; Oj. rena, Nj. rena, Malag. reny, Singk. rena, enz. Aangezien in schier alle talen der Stille Zuidzee tina optreedt waar de Westelijke verwanten rena hebben, zoodat tina als gelijkwaardig met rena 1 moet beschouwd worden, dus als hoffelijker dan 't eenvoudige ina, zou men kunnen vragen waarom dan nog in 't A. re voorgevoegd wordt. Hierop kan alleen geantwoord worden dat wij ookin'tOj. en 't Singkansch ra tweemaal uitgedrukt vinden, juist bij 't woord voor «moeder.» Dus Oj. ra rena ni wëkangku, de moeder mijns zoons, zegt een moeder tot haar vorstelijken zoon, Bhomakawya 3, 5. In 't Singkansch Evangelie van Mattheus 2,11 leest men : nipakiwalei n'ein tarauweilamkiRa rena n'tin ka ti Maria, zij vonden het kindeke met zijne Moeder Maria, 12, 40: kitei, itu mala hinna mituko ta ti rena, zie uwe moeder staat daar buiten; doch onmiddellijk daarna: ti mang Ra rena n'au; wie is mijne Moeder? ra rena is blijkbaar noghoogerdan rena. Gehechtheid aan de etiquette, zoo nauw in verband staande met hoffelijkheid en 't gebruik van Krama- en Un-woorden, is een heerschende trek van de MP. volkenfamilie. Geen wonder dus dat men 't eerende, hoffelijke ra, rö overal terug vindt: zoo in 'tjav. rabi,gade, alsinErom. retep; tep, (tepo) is hetzelfde woord, maar in andere toepassing als A. etpo, voorvader; hoe dit te verklaren is, blijkt uit Fi. tubu, zoowel «grootmoeder», als «voorvader». In 't algemeen zijn de begrippen «oud» en «eerwaardig» en «Heer, Vrouw» met elkaar verbonden, en evenals 't Ital. Signore, Fransch Seigneur, enz. alsook ons «Heer» eigenlijk «een Oudere» beteekent, zoo ook is Oj. tuhan, Mal. tuwan eigenlijk een oude comparatiefvorm van matuha, atuha, oud. Hoe een woord voor Vrouwe, Mevrouw ook Grootmoeder kan aanduiden ziet men o.a. uit Sanskr. arya, en hoe de begrippen «domina» en «uxor» samenhangen, blijkt o. a. uit ons woord «vrouw». Ten slotte zij nog opgemerkt dat in't Bug. da(d.i. da) uitsluitendvan vrouwen gebezigd «moeder» aanduidt; dus i(pers. lidwoord) da Batangëng, Moeder van B. 2.

De genitiefverhouding wordt uitgedrukt: 1 door 't voorzetsel o of u; 2. door 't voorzetsel i\ 3. door naastschikking; 4. door een possessief-suffix. Bijv. a I n h al o n'a ti m i, de Zoon des menschen,Luk.5,24; a n'angel o o Ihova, de engel van Jehova, Matth. 1, 20; u in li in mopomia, van

1 Zoo is Oj. ta mpu-hawang, tang pu-liawang, Nacboda,(Bhar. Y. 44,11) gelijkwaardig met dampu-h of dang pu-h. Hawang, schip, bleef over in 't Singk. Formos. awang.

2 Mattkes, Boeg. Spraakk. (1875), § 99,

Sluiten