Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gedpu met of zonder i, is mij niet duidelijk; tenzij eduon bedoeld is als «zijn been.»

Dit gebruik van 't possessiefaanhechtsel 3 ps. enk. is, gelijk zooeven reeds gezegd, wijd verbreid. Men vergelijke o. a. 't gebruik van 't overeenkomstige na in'tBimaneeschjbune santika sarae mangeè di sö-na mbóto manusiya, de menschen waren talrijk als zand, dat zich bevindt in een inham 1. Hetzelfde vindt men terug in 't Javaansch 2.

De tweede wijze om ons bezittelijk voornaamwoord, bijvoegelijk en zelfstandig, uit te drukken, bestaat daarin dat een zelfstandig gebruikt voornaamwoord «wie, wat, hetgeen», oorspronkelijk luidende anu, zwak nu, verbonden wordt met een pers. vnw. in Genitiefbetrekking. In de meeste talen der Stille Zuidzee zijn het de behandelde possessiefaanhechtsels die dat Genitiefverband aanduiden; bijv. Mota anok of nok, wie of iets van mij; anom, nom, van u; anon, anona, non, van hem, haar, er van; enz,; Fi. nongku, nomu, nona, enz. De meest gewone vorm is no, doch Florida, Bugotu, Vaturanga hebben n i, dat wel gelijk te stellen zal wezen met Fi. n e, en eigenlijk hetzelfde woord is als 't als vragend vnw. gebruikte a n n i (uit ë n i) in 't Ibanag, terwijl het Tag. daarvoor anu zegt3. Het spraakgebruik van 't Bug. en Makass. komt ten opzichte van anu geheel overeen met het zoo even vermelde; behalve dat de constructie enkel voor 't zelfstandig bez. vnw. geldt. Bijv. Bug. anuna, de of't zijne, hare, iets van hem, haar, er van; anuku, iets van ons (incl.); Makass.: anunna; anungku; anuta. Voorde beteekenissen van 't onbepaald en betrekkelijk anu, nu in 't Oj. en Sund., vragend syano in Tag., onbepaald ano, i ano in 't Malag. vragend hanu in Florida (— Tag. syano), Lepers' Island heno, zij verwezen naar de woordenboeken en spraakkunsten.

De vormen van dit soort bezittelijke voornaamwoorden zijn in 'tA., alsook in 't Erom. lang zoo duidelijk en eenvoudig niet als de boven beschrevene. Ze zijn:

Enkelvoud. Meervoud. Tweevoud. Drievoud.

ju ja (incl.) jujau (incl.) j u taij (incl.)

1. unyak |unyima (eXcl.) (unyimrau (excl.) j unyimtaij (excl.)

2. unyum unyimia unyimirau unyimitaij

3. o-un ura urau uehtaij

De verklaring van 't hoofdbestanddeel is niet moeielijk: un, uny veronderstelt een ouder ën u ; de ê is door de u in de volgende lettergreep tot

i Zie Jonker, Biman. Spraakk. (Verh. Bat. Gen. dl.XLVIII, 1896), §211, voor nog andere voorbeelden.

5 Zie Roorda, .Tav. Gramm. (1" druk, 1855), § 487.

» Voor deze verschillende vormen zie Codrington o. o. p. 130, vg.

Sluiten