Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drievoud vervangen moest worden door taij; zooontstond ujtaij, en daar dit een ongewone klankverbinding is, moet deze vereenvoudigd worden. Ook in de overige personen van 't drievoud verviel 't meervoudteeken. U ehtaij uit unertaij, zoo niet onmiddellijk uit urtaij; in allen geval kon rt niet blijven, dewijl de taal deze verbinding van medeklinkers niet duldt.

Soms wordt een Genitief van bezit nog gevolgd door't persoonlijk vnw., en wel in den vorm welken dit heeft als subject. Bijv. et idim unyum aiek n'elgau, want Uwer is het koninkrijk, Matth. 6, 13. Hier is aiek wel niet het grammatisch onderwerp, maar in de gedachte van den biddende staat de persoon des bezitters, niet het bezetene, op den voorgrond. Daarom valt op «Uwer» de nadruk, hetgeen in dit geval in onze taal blijkt uit de vooropplaatsing van «Uwer», want het maakt onderscheid of men zegt «Uwer is het koninkrijk,» dan wel «het koninkrijk is van U.» Ter loops zij hier nog een ander geval vermeld, waarin de subjectvorm eens voornaamwoords gebezigd wordt zonder dat het 't grammatisch onderwerp is. Bijv. Matth. 27, 15 leest men: is ahiyi n'atimi is e thi a' n liin n'eom n'ipjin, — aien aingki eris merit vai yin ara, bij liet vrij een mensch in de gevangenis dien (d.i. dengene) dien zij van hem verlangden. Hier staat aien, omdat dit, al slaat het terug op den Accusatief n'atimi is e thi, toch ver daarvan afstaat en in de voorstelling het onderwerp uitmaakt van een passieven bijzin; «(iemand), die door hen verlangd werd 1.

Bij woorden voor voedsel wordt de Genitief van bezit of 't Possessief uitgedrukt door verbinding van de woorden ga met volgend possessief aanhechtsel ; bijv. alaama aiek n'itai gaing in gama, geef gij ons ons voedsel, (eig. iets te eten voor ons gebruik), Matth. 6, 11; n'itai gaing in gamia im in wai lumamia, z.v.a. voedsel om te eten door u en water om te drinken door u, Luk. 12, 29. Op dezelfde wijze wordt ga gebruikt in de Banks-eilanden, de Nieuw-Hebriden, Salomons-eilanden; 't Fiji heeft daarvoor k e. Ofschoon g a en k e gewoonlijk, doch niet uitsluitend, in verband met voedsel gebezigd worden, staat het niet vast dat g a = kan is. Het spraakgebruik in 't A. pleit er wel voor, maar Fi. k e er tegen. Vgl. Codrington, o.c.p. 130, vg.; De Fidjitaal, blz. 25, vg.

3. Vragende. Wie? is a di; wien? di. Geschikte voorbeelden geeft Inglis, nl.: is aiji inggaki adi? wie is het die hier staat ? is eget di aien? wien zag hij? in man u di n'ingki, van wien is deze vogel? Di is het-

1 Vgl. het gebruik van a in 't Maewo bij een substantief dat door een voegwoord verbonden is met zijn voorafgaand substantief, 't welk na voor zich heeft; bijv. matagoro na vanua dan na adoana ti a maro, bewaar 't land voor ziekte en hongersnood; Codrington o. o. p. 409. In een zinverband als dit spreken wij 't tweede subst. met sterker accent uit.

Sluiten