Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt men gewoonlijk in 't A. i tai; dus ; akumu i tai aij au a, uh pu alupai gaua; ukumu itai aijaua, akupu egetai aijaua, vraagt, u zal gegeven worden ; zoekt, gij zult vinden, Matth. 7, 7; in egetai schijnt door den vorm reeds «iets» uitgedrukt te zijn; a Etman et alum itai aien a n'uarin adenaing o-un, uw Vader, die in 't verborgen ziet, 6, 18. Tah n'itai is z.v.a. eenig, iets; jim angotahn'itaiaiekirai n'atimi upene ineingki, doe niets tegen dezen gerechten mensch, 27, 16. Opmerkelijk is de constructie in: ekpu ahiyi, tah rau a di a i n y a k, 21, waarvoor wij zeggen : « welken van hen beiden zal ik loslaten,» doch letterlijk staat er: «ik zal een van hen beiden — wie (is het?) — loslaten.» Ook hier a di in subjectvorm, want logisch vormt «wie» het onderwerp, hetgeen men aldus zou kunnen uitdrukken: «wie is het, dien ik zal loslaten ». In 't Fransch zou men dan ook aan den volzin deze wending geven; zoo ook in 't Oudiersch.

Tak of taka, met lidwoord in tak, in taka is «een ander»; a n'tak a p n y i n , op den anderen (volgenden) dag; daar na a 't lidw. n luidt; mv. n'up ura i taka uari, 'tvolk van andere streken.

5. Aanwijzende. Personen of zaken in de nabijheid worden aangewezen door ineing, ineingki, eingki (bij Inglisgeschreven ining, iningki, ingki); ij i, ij i eing, ij i eingki; op een afstand door iyehki, erahki; ij i e h k i. In 't algemeen worden deze voornaamwoorden veel vaker gebruikt dan in onze taal of 't Engelsch en wel in gevallen dat wij ons van 't bepalend lidwoord bedienen. Ook wijzen ze in 't A., gelijk o.a. ook in 'tjavaansch, op een hoedanigheid of den aard van iets, zoodat ze dan zooveel beteekenen als ons «zulk». Eenige voorbeelden mogen 't hier gezegde verduidelijken.

Im lei p ineing, en nog dit, Matth. 6, 16 ; a n'ad i a t i n e i n g, dezen dag, 11; pam n'aopan ineing, tot op dezen tijd, 27, 8; mika eri ehneijid in tas ineing is upyi anged a Aiseya, opdat vervuld worde het woord (eig. dit) woord dat Jezaja vroeger gesproken (eig. geschreven) heeft 4, 14; n'atimi ineing yek eda irama? waar is zulk een mensch onder ulieden 7, 9, n'atimi ineing et esjilid n'emda o-un iran, zulk een mensch die sterker is dan hij (Engelsch: astronger than he), Luk. 11, 22. — N'edo ineingki, deze zelfde (zulk eene) handelwijze, Matth. 7, 2. — Na atahaijeng n'iji itaietahinang? hoort gij dit vele? 27, 13; n'ijielgau asenga, al deze koninkrijken, 4, 8 («al» wordt soms evenals «veel» gewoonlijk als (collectief) enk. behandeld, en de telwoorden hebben 't vnw. bij verb. partikel in 't enk.) ;iraiijiuaripege asenga, van deze streken alle (Engelsch : all the countries), Luk. 3,3. Iets meer nadrukkelijks schijnt bedoeld met iji eingki en iji eing; mv. iji ehki; intas iji eingki unyak, deze mijne rede (mijne woorden), Matth.

Sluiten