Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgedrukt: dus aien inyi i my ipa 1 ea tah in tas a 1 ep hak 1 in ij i eingki aien, hij die een van deze kleine geboden zal breken, 5, 19; letlerlijk: hij, hij zal breken.

HOOFDSTUK V.

Telwoorden.

Van deze zijn uit de teksten en de woordenlijst van Inglis slechts de getallen van 1—5 bekend, daar alle daarboven vervangen zijn door de Engelsche. Volgens een mededeeling van Inglis is het tvvintigtallig stelsel in A. inheemsch 1, doch in wezenlijkheid is het een vijftallig stelsel, waarbij niet 10, maar 20 een grootere eenheid vormt. Datzelfde treft men aan in 't Welsh, en deels in 't Fransch en 't Deensch, met dit verschil dat deze talen namen van getallen voor 1—10 hebben. Dit zoogenaamd twintigtallig stelsel is in gebruik in New-Caledonië, de Loyalty-eilanden en A.; het zuiver vijftallige in Eromanga, Tana, Fate, Sesake, enz. 2. Verreweg de meeste verwante talen hebben het tientallig stelsel en er is niet de minste twijfel aan, dat dit het stelsel bij 't stamvolk was, want over 't geheele gebied verspreid vindt men dezelfde woorden van 1—10, 100 en 1000.

De namen der getallen in 't A., voor zoover als bekend, zijn: 1. e th i; 2. e r o; 3. e s e ij; 4. e manowan,5. ikman.

De e vóór thi, ro, se ij en manowan vindt men terug in 't Fi., edua, ë rua, e tolu, e va, e lima; Malikolo (niet vóór 1, wel vóór 5), Ulawa, Maranta e t a (enz. ook vóór 5): Wango niet vóór 1, t a i, wel vóór 2 tot 4 ; Merlav heeft i, beginnende met ('rua, twee tot 4; Fagani i tagai, i rua, i oru, z'fai, i rima. Erom. heeft en; dus en duru, twee, een geredupliceerde vorm, gelijk Jav. 1 o r o en Tag. d a 1 a u a. Vermits eindmedeklinkers irf Erom. meermalen behouden blijven, terwijl ze in de overige zooeven genoemde talen meestal afvallen, begrijpt men dat de e uit en ontstaan is. Vermoedelijk is dit hetzelfde en, dat in het Tomb. meermalen vóór een getal staat, doch ook vóór andere woorden die men meteenigen nadruk wil doen uitkomen; bijv. ya kuman sera, ya an rurumërran en siyow, kapulu un rurumërran ni Kusoi, zij aten dan, de zitplaatsen negen in getal zijnde, (terwijl) de tiende zitplaat van Kusoi was 3. Erom. en desel, bijv. in aremai kakelenëmpi uvrok en desel, het is goed dat wij drieën drie tenten maken, Mk. 9, 5, maar zondernadruk: penuri dan desel yaomamsora sah, na drie dagen zal ik opstaan, Matth. 27. 63,

1 Codrington o. c. p. 226.

2 Dezelfde, p. 235.

3 Niemann, Alf. Bijdr. (1866), Leest. 21.

Sluiten