Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo ook de vat, vier, Mk. 2, 3. Ook vóór 't onbepaalde «hoeveel?» staat n (voor en) n deve veyu, hoeveel manden, 8, 20: vgl. Fi. e vida.1 «Vijf» heeft in A. geen c, evenmin als in Wango; Erom. heeft sukrim, si klim, d. i. eigenlijk: s a (eenheidaanduider, welbekend uit Jav., Mal., enz.) -f- kalima, vijftal, vijfheid; Oj. kalima; Nj. kalih, 2, en sakawan, 4, volkomen analoog. Van A. manovanis alleen duidelijk dat het va = Oj. p a t bevat; merkwaardig komt met het geheele woord overeen mendavat, dat volgens Rev. Abraham ook op Erom. bekend is2.

A. th i = Mao. tahi, uit ta, waarvan de beteekenis in dit verband niet duidelijk is, en s i, waarin evenals in s a 't begrip der eenheid ligt en dat dus in een menigte der verwante talen een individu kenmerkt. S i maakt ook deel uit van Oj. siki, een eenheid van personen en zaken. Mogelijk is in A. en Mao. aan 't einde iets afgevallen, doch zulks is niet te zien.

HOOFDSTUK VI.

Werkwoorden.

De werkwoorden zijn deels stammen zonder eenig toevoegsel, deels dezulke die voorzien zijn van prefixen, suffixen of beide te gelijk. Deze laatste maken de meerderheid uit, gelijk ook in de Indonesische talen en t Malagasi. Een werkwoord van de eerste soort is han, gaan, Mota, Maewo vano, Leon, Motlav van, Niasch fano, Sikka bano; doch met prefix apan, heengaan, Erom. avan; vgl. pan, zonder prefix. Tomb. wana, als bijwoord, of voorzetsel «naar toe». Een wkw. met suffix is gaing, eten, —Fi. kani, stam kan; een met prefix en suffix tegelijk: at el moi, uit#-(-telm (=Oj. tanëm) -j- oi, uit aki. Een opsomming der formatieven, voorzoover ze nog herkenbaar zijn, laat ik hier volgen.

Prefixen.

A (E). Dit voorvoegsel is te vergelijken met Oj. a, Makass. a, Karo Bataksch ër, rë, Iloko ag, Day. ha (omgezet uit ah), Singkansch Form. a (gespeld ah), Tana ra. Waarschijnlijk zijn in 't Oj. twee prefixen in vorm samengevallen, nl. a, synoniem van ma, lag., Bis., Ibanag, lomb. ma, Day. ba, met a' (d. i. a gevolgd door den gutturalen triller), Karo Bat. ër, rë, Iloko ag. Ook 't Mal. bër vereenigt de beteekenissen van Tag., Bis., Iban. ma en mag, en zoo ook Makass. ci. In t algemeen kan men zonder in een wijdloopig onderzoek te treden, volstaan met vast te stellen dat A. ci dezelfde waarde heeft als Oj. a en Mal. bër, dus hoofdzakelijk intransitieven vormt. Bijv. ahen, braden; ahenhen, blakeren; = Oj. asënö, glanzen,

1 Tevens heet e in 't Fi. verbaalpartikel; vgl. Codrington o. e. p. 239.

2 Ik ontleen deze bijzonderheid aan v. d. Qubcleiit.z. Die melan. Sp. 133.

Sluiten