Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ai. Uit aki, Fij. aki, Flor. agi, Sam. ai, Mota, ag, Nj. ake, Lamp. ki, Marshall-eil. ake wordt in 't A. voornamelijk gebezigd wanneer 't voorwerp der handeling een zeker iets is. Bijv. eget is «zien, vinden» (iemand), doch egetai, (iets) zien, vinden; het bevat in zich het vnw. als voorwerp, terwijl bij eget dit moet uitgedrukt staan 1; zoo heet het Luk. 15,5;etwategetai aien , et ahelwei aien, wanneer hij het (schaap) vindt, draagt hij het op den schouder; maar vs. 24: etidivaing is masa in hal unyak ineingki, jam lep umoh; is tup ti aien, ja eris lep eget yin, want deze mijn zoon was dood en hij is weder levend, hij was verloren en men heeft hem wedergevonden; hier staat het object, yin, uitgedrukt. Athai, vastmaken, bevestigen, meren (een boot); hierin is te herkennen een stam tëp, met suffix aki en prefix a; tëp is de grondvorm vanjav. tëtëp, vast, vast bepaald, bevestigd, bekrachtigd; met suffix ake: anëtëpake, iets vastzetten, vaststellen; van dit tëp bestaat een subst. atëp Day. metdebeteekenis «alles wat tot sluiting dient, slot, grendel»,enz. Hierbij behoort waarschijnlijk ook A. ath as ngi, een water afdammen of opstuwen, ofschoon het tweede bestanddeel duister is. Aterai, begeleiden; n'atimi aterai, een begeleider; Jav. angatërake, iemand begeleiden.

Een andere uitspraak van ai schijnt oi te zijn, o. a. in atelmoi; bijv. Luk. 11,44: eka idivaing n'ehpa i itai atelmoi atimi emesmas iran aijaua, want gijlieden zijt als graven waarin men dooden begraaft; telmoi zou dan beantwoorden aan een Oj. tanëmakën, hoewel men voor «begraven» 'teenvoudige ananëm gebruikt. Onzeker is het ook of men almoi moet beschouwen als gevormd met oki of met ani van alum, iemand zien.VolgensInglis, almoi n'atimi, seeoneman, alum atimi, seemen, doch o. ecet zegt hij: almoi, see more objects than one. Dus vlak het tegendeel! In Luk. 2,15leest men: Ti apan Bedleem akaija, um almoi n'itai ineing et mun ham, laten wij naar B. gaan en zien de zaak die geschied is; hier dus iets enkelvoudigs zien; vs. 26 daarentegen: is asuptegnaing ehelen a N'esgan Upene, mika yi upyi alum Kristo o Ihovaaien.de Heilige Geest openbaarde aan hem, dat hij eerst den Christus van Jehova zoude zien; hier dus bij een persoon tot object alum, evenals boven eget; is het object iets, een zaak, dan almoi, gelijk egetai.

Een zeer verschrompelde vorm van ai vertoont umni, bij Inglis umnj i, drinken,Erom. emoneki (bijvorm viemonok, dorsten). Umni moetontstaan zijn uit imunaki, umnai, umnéi (vgl. lei = lai uit laki), umnii. t Voorwerp van umni is «water»; aanstonds zal een andere afleiding van denzelfden stam met suffix i ter sprake komen.

1 Bij egetai ook als 't object een substantief is; dus egris egetai in m o ij euvo-un aijarna, wij zagen zijn ster, Matth. 2, 2.

Sluiten