Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e thi um eti ato a Etmamia, doch er zal niet één op den grond vallen terwijl uw Vader het niet weet, 10, 29; et pu yetpam tah inyi e thi, inyi esj ilid irak aien, er zal een komen, die meer is dan ik, Mk. 1, 7; aien inyi ateri nyak aien, hij die mij zal verloochenen, Matth. 10, 33; et ika aien yiaridjai n'angesenga o-un, hij maakt dat zijn zon opgaat (laat zijn zon opgaan) 5, 45; el et i m y i i s j i s i r a m tah n 'a tim i, m i ka y i 1 e h n'apelumai u h u p unyum, indien iemand u dwingt, dat hij uw kleed zal wegnemen, 40; akumu ungni n'a t i m i al u pas ohuun n'ohoai itai aijaua, mikayi abraing pan ilpu atimi asjapignai n'ohoan aien, vraagt den meester van den oogst, dat hij menschen zende om de vrucht in te zamelen, 9, 38; is ika aien yi idim apan Jerusalem, hij dacht dat hij stellig naar J. zou gaan, Luk. 9, 51; et pu opoug in takata eti ato atamaing inyi e thi, er zal een maagd zwanger zijn die (nog) geen man gekend heeft, Matth. 1, 23; men zal opgemerkt hebben dat een telwoord verbonden wordt met het substantief door een verbaalpartikel, en wel in denzelfden tijd of wat als gelijkwaardig daarmee beschouwd wordt, zoodat in dit laatste voorbeeld inyi de beteekenis heeft van een Futurum, evenals et pu. Behalve ti, dat Inglis opgeeft, komt ook voor inti, zonder verschil, zoover ik zien kan; bijv. etpu apan aien eda, mika inti lep eget yin aikaija? waar zal hij heengaan, dat wij hem niet meer vinden zullen (of zouden vinden)? Joh. 7,35; ti gaing in he akaija? ti umni in he akaija? wat zullen wij eten? wat zullen wij drinken ? Matth. 6,31; inti ango in he akaija vai Jesu? wat zullen (of: moeten) wij tegen Jezus doen? Luk. 6, 11. Nog andere voorbeelden zijn: aki idim eti apan aijauaan'elgaua n'ohatang, gijl. zult zeker niet komen in 't koninkrijk in den hemel, Matth. 5, 20; n a munham aiek mika an auahas gama, ka o'o? zijt gij (enk.) gekomen, opdat gij ons kwaad zoudt doen, of niet? Mk. 1,24; eris abrai ilpu ahega ura a ilpu Farisi im ilpu atimi ahlap esj ilid mika eri erop iran ara, de Farizeeën en opperste priesters zonden hun dienaren opdat zij hem zouden vatten, Joh. 7, 32; ak N'atimarid, egra eti ato aijama in(!) uarin ineingan apan iran aiek, o Meester, wij weten niet waar gij heengaat, 14, 5; et pu ikni padiaing inivaijeg imi gaua mika aki aminjinaing aijaua? wie zal de ware schatten aan u toevertrouwen dat gij ze behouden moogt? Luk. 16, 11; egra m u n ham a ij ama mika egri atpuse a n'uhup o-un, wij zijn gekomen opdat wij vóór hem ons zouden nederbuigen, Matth. 2, 2; kis ham ainyak mika eri umumoh ara, ik ben gekomen opdat zij mogen leven, Joh. 10, 10; is wat ato ajutas n'atimi aniv yin mika eris ika ara eriatgn e i yin, toen Judas die hem verried begreep dat zij van zins waren hem

Sluiten