Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we should leave), Handel. 6, 2; et ehka vai nyak n'apan vaing, het is moeielijk voor mij te komen, Luk. 14,20. Zeer gebruikelijk is de uitdrukking n'ika vaing, z. v. a. namelijk, te weten; bijv. ek ato ainyak, n'ika vaing, eka ilpu raapo i Ebraham aijaua, ik weet, dat gij Abrahams nakomelingen zijt, Joh. 8, 37. Met behulp van n'ika vaing wordt dus een declaratieve zin uitgedrukt, soms ook door mika, dat, hoewel dit ook «opdat» beteekent. Aangezien vaing vormelijk overeenkomt met Sam. fai (uit fani), Flor. vani, Sumb. peni, zeggen, en in onderscheiden talen onze declaratieve bijzin zóó wordt uitgedrukt dat geen declaratief voegwoord gebruikt wordt, maar aan 't einde er van een woord voor «zeggen» staat, zoo schijnt het niet twijfelachtig, dat vaing dezelfde functie heeft als bijv. Oj. ra k w a, en tevens als Sanskrit i t i, zoo. Want de begrippen voor «zeggen» en «zoo» bij aanhaling van een gezegde of gedachte, worden uitgedrukt door hetzelfde woord, o.a. door rakwa, van denzelfden stam als Oj. kumwa, aldus. Het eigenaardige van den declaratieven bijzin in A. is nu alleen dit, dat in stede van een verbum finitum gevolgd door vaing, gebezigd wordt een gesubstantiveerd werkwoord. Dus in den boven aangehaalden zin: eris eget yin n'ango vaing in ngaijid, zij vonden haar «een doen van overspel», voor «zij deed overspel». Het aanhalingsteeken vertegenwoordigt hier in onze taal 't vaing van A.

In 't Erom. dient w o r om het doel waarom iets geschiedt uit te drukken Bijv. worampesong n'am ove'n profet, opdat het woord der profeten vervuld zou worden, Matth. 2, 23; itHerodemangkumemnesorëngi n'alau woretalëngiiyi, want Herodes zal zoeken om het kind te dooden, 13. In t A. luidt hetzelfde woord par, insgelijks «om te» beteekenende: Bijv. na auri aiek par apam ehelek, welk doel hebt gij om tot mij te komen? Matth. 3, 14 ; e t e m d a a A t u a par i my ia tidai ilpu halav imi Ebraham ira i has iji eingki, God is machtig om Abraham kinderen te verwekken uit deze steenen, Matth. 3, 9; Erom. heeft hier. et Nobu fan eteme worevituoksahoven'etnime iran Abraham marëngi imo n'evat su. Feitelijk hetzelfde woord als A. par, Erom. w o r, een afleiding van denzelfden stam, is Oj. m a r a, opdat.

Men kan niet zeggen dat het werkwoord achter p a r een vormelijke Infinitief is, want het dient ook zonder meer als Imperatief en als Tegenw. Deelwoord; er ligt in 't algemeen 't begrip van een Agens in. Dus n' at imi a n i v y i n, de hem overleverende mensch; a t i m i a h 1 a p, offerende menschen, offeraars, priesters; n'atimi baptiso, de dooper; atimi ahilek m u , visschen zoekende menschen, visschers.

Zeer groot, bijna onbeperkt, is 't aantal van uitdrukkingen bestaande uit

Sluiten