Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij 't geheel hebben te ontleden in gee ni pan; deeein gee ontstaan door invloed van de i in ni, uit gai. Wel is waar wordt voor «zeil» opgegeven epan, waarin e een voorslag is, doch de i vóór pan kan dit niet wezen, daar alleen vóór een neusklank de voorslag i is, anders e of o, tenzij de stam een /heeft. In alle dergelijke uitdrukkingen zal men in 't F. ni aantreffen, en in 't Sam. en Mao. eigenlijke samenstellingen.

Begrijpelijkerwijs worden ook eenige bijwoorden, als daar zijn ijo, buiten, itag, achter, als voorzetsel gebezigd.

HOOFDSTUK IX.

Woordvorming.

Wanneer men de woorden eener taal verdeelt in stamwoorden en afgeleide, dan is daarmede nog niet gezegd dat men alle stamwoorden beschouwt als volstrekt eenvoudig. In de meeste gevallen bestaan ze, behalve in eenlettergrepige talen, uit een of ander formatief en wat men wortel kan noemen, maar ze zijn öf geheel onherleidbaar, óf de beteekenis van hun formatieven is bij den bestaanden toestand der taal niet meer vast te stellen. Intusschen zijn er ook schijnbare stamwoorden in een bepaalde taal, welke niet uit die taal zelve, maar toch met behulp van taalvergelijking in hun bestanddeelen kunnen ontleed worden. Zoo is bijv. in 't A. hang, eten, slechts schijnbaar een stamwoord, want het is volkomen zeker dat het zich ontwikkeld heeft uit pangan, bestaande uit het prefix pa met nasalen sluiter, en den wortel kan. Evenzoo is het onbetwistbaar dat gaing ontstaan is uit kan-(-suffix i. Daarentegen is bijv. hat, steen, een werkelijk stamwoord.

Slechts in betrekkelijken zin stamwoorden — men zou ze kunnen bestempelen als secundaire stamwoorden — zijn dezulke die, schoon duidelijk afgeleid, een bestanddeel vormen van verdere afleidingen. Bijv. tapnes, deur, beteekent eigenlijk «toegedrukt, dichtgemaakt», uit prefix ta' en pënët + suffix z'; uit het gesubstantiveerde tapnes met het prefix a of «' komt het werkwoord atapnes, sluiten. De stam van dit werkwoord is dus tapnes.

In 't hoofdstuk over de Werkwoorden zijn de voor-, tusschen- en achtervoegsels — voor zooverre ze nog herkenbaar zijn — ter vorming van werkwoorden behandeld. Met de suffixen moet men niet verwarren zekere richting aanduidende bijwoorden, zooals se, neder. Terwijl bijv. erop beteekent «vallen», Jav. dawuh, is erop-se nedervallen. Dit is een samenstelling, volkomen gelijksoortig met onze scheidbare samenstellingen, en geen afleiding. Apam, herwaarts komen, bestaat uit apan en me, ouder mai, herwaarts ; pam, waarnaast de vollere vorm pa me, is in gebruik als bijwoordelijke uitdrukking voor «herwaarts»; pame voor pamme; d. i. de n is

Sluiten