Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mate; upsikma, vinger, uit upsi, spruit, en ikma, uit lima, hand; dat dit een echte samenstelling is, blijkt daaruit dat het woord 't possessiefsuffix aanneemt: upsikman. Een samenstelling is ook blijkbaar elgau, schip, gewest, koninkrijk, terwijl Erom. hiervoor alleen lö zegt. Eom es en ge, schoolhuis, eig. leerhuis; van eom, huis, en esenge, leeren. Met onze oneigenlijke samenstellingen komen overeen uitdrukkingen als esnga n'imtan, het (zijn, haar) oog, uit esna, 't binnenste, inwendige, Jav. tëngah, Genitiefpartikel ni en mata met possessief aanhechtsel. Dat zulke woorden het karakter hebben van een samenstelling, even goed als onze oneigenlijke samenstellingen als «hoenderhok, kindsdeel,» e. dgl., blijkt wederom uit de plaatsing van 't aanhechtsel.

Zeer gewoon is de substantiveering van een werkwoord, kenbaar aan de voorvoeging van 't lidwoord, vooral in den zgn. Infinitief.

Adjectieven, voor zooverre ze geen stamwoorden zijn, worden gevormd met behulp van 't prefix dat oorspronkelijk luidt ma; zulke adjectieven zijn imtag, umoh, enz., die reeds in 't Hoofdstuk over de Werkwoorden behandeld zijn. Een ander prefix is iin itaup, itap, verboden, gewijd, heilig. De verwante talen hebben het woord zonder voorvoegsel, Mota, Sam., Mao. tapu, Fi. tabu, enz. Of nu iin itaup het voorzetsel i is, zoodat het woord eigenlijk beteekent «onder den ban», dan wel of het een overblijfsel is van een werkwoordelijken vorm, zoodat itaup is «wat getaboed wordt», is moeielijk uit te maken. Men vindt dit / ook terug in itu, vroeger, onlangs; itaho, binnenlandsch. Erom. heeft itevau, jong, pasgeboren, dat duidelijk vau, Fi. vou, Malag. vao, Tag., Bis. bago, Oj. wahu, Mal. baharu, enz. is; opmerkelijk Bat. echter imbaru. Vermoedelijk bestaat wel eenig verband tusschen den Bat. vorm en itevau, doch in geen geval kan in dit laatste i een nasaal gehad hebben, want die valt vóór t in Erom. niet uit. Terloops zij opgemerkt dat een prefix i, al of niet uit ing ontstaan, deel uitmaakt van 't werkwoord ika, zeggen, doen, maken. Naar ik gis, is ika een verouderd passief, gevormd door prefix in, gelijk in 't Day., en ka uit kwa, Iban. kua, doen, maken, Bis., Tag. rem facere, kuan, ding; Tomb. kua, zeggen; Day. koa, zeggen; kuan, voltooid; Mao. kua ter aanduiding van een voltooide handeling; Singkansch Formos. kwa, doen, Erom. ku, zeggen. De verbinding par ika beteekent ondubbelzinnig «om gezegd (genoemd) te worden»; bijv. napu an vi n'idan aiek par ika Jesu, gij zult hem den naam geven om Jezus genoemd te worden.

Een gewoon suffix van afgeleide adjectieven in de naastverwante talen is ga, ouder kan. Dit komt betrekkelijk zeldzaam in A. voor; een voorbeeld is aimog, bewolkt, uit animun, Oj. alimun, donkere wolk, duisternis; Sund. halimun, nevel, mist. Feitelijk komt aimog overeen met Oj. adjec-

Sluiten