Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anged, schrijven. Flor. nggere, schrijven. Vgl. Tomb. karis, kerf, Makass. karisi; Mal. garis, schrap.

Ango, maken, doen; als substantief: figuur, gedaante, gestalte. O. en Nj. wangun, gedaante, wangunan, gestalte, bouw; Tomb. wangun, fraai; Fi. yango, lichaam; Mota nago, gelaat; nagnagoi, good-looking.

Ahang, gapen. Mota wanga; vgl. Day. bangah, opening; Oj. wënga, Nj. wënga; ook Tonga fa ga, mond van een mand.

ahaijeng, hooren, verstaan. Uit pref. a of a', en haijeng, onder padëngë' of pandëngë', Oj. pangrëngö, 't hooren; stam dëngë', Mal. dëngar, Tag. dingig, Benten. ringi, Sang. dingihë, Bis.,Mongondou dongog, Oj. rëngö, Nj. rungu, Fi., Mota, Mao, ron go, Sam. Ion go, Gilb. ongo', Malag. reny, Sumb. rongu, Kei dënar, Aru rëngar, Sawu rëngë, Binongko (pin)dongo, Alor dënga, Timor n e n a, Erom. o r i n g i, Salomonseil. r o n g o, N. Hebr. rongo, dongo, Tana regi, enz,

Ahak-joi, oprijzen; waarvoor in de Eng. An. Dict. opgegeven wordt ahok-jai. Ookhierziet men wissel tusschen ai en oi; voor jai, zieblz.214.

Ahalngapni, to cover completely. Bevat a p n i of p n i; z. Adahpupni. Het voorste gedeelte is niet recht duidelijk, maar bevat in allen geval een afleiding van den stam die in 't Jav. luidt al i n g, waarvan an ga 1 i n g i, bedekken, k a 1 i n g a n, bedekt; waarschijnlijk is het woord te verklaren als bestaande uit a h = a' (of apa)-(-alingan ofhalingan-)-pni.

Ahapene, goed behandelen. Bevat pene; z. upene.

Ahau upsi itai, zaad strooien; hau, vgl. Jav. sawu r, strooien; u psi, zaad; z. d.; itai, iets, dient om onbepaaldheid uit te drukken; wij zouden zeggen «eens gaan zaaien».

AHGADI, vechten. Uit pref. ahg— paka, en adi, Jav. adu, twist,strijd.

Ahgale of agale, uitgraven. Mota gil, Sam. èli, Mao. keri, Fi. keli, graven; Day. kali, gracht; mangali, Ponosak, mongali, Tont. kumali, graven ; Jav. kali, rivier; Bat. halihali, Malag. hady, spade; Sang. kadi, këkaai, gracht; Mal. gali, mënggali, delven.

Ahgil, valsch, bedriegelijk; als wkw. liegen, bedriegen. Van st. gil, Mota gale, liegen, bedriegen.

Aiiega, dienen; subst. dienaar. Flor. seka; Jav. sikëp, dienstplichtige.

Ai-iedmahed? hoe vele? eig. ahed in (en) ahed, hoevele en hoevele. Ahed, uit a, pers. lidw. en subjectkenmerk, en hed, Mota visa, Fi. vic?a, 1 onga fiha, Sam. fia, Mao. hia, Iban., Bat. piga, Day. pira, O. en N. J., Tomb., Sang., Bikol, Sumb., Alor pira, Bis., Bara pila, Malag. firy, Motu hida, hoeveel; Bal. hidan, over hoe lang.

Ahei; klimmen, bestijgen. Sang. awei, rijzen, opklimmen. In transitieve

Sluiten