Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'twkw. api tag, achternagaan, volgen. Tag is Fi. daku, rug, achterdeel; oorspronkelijk t ak u d, van denzelfden wortel waaruit ook voortkomt Tag., Bis., Iban., Mong. 1 ik u d, Sang. 1 i ku dë, Ponos. 1 i k ur, rug. A. t a u en tag—taag is foutief — zijn dus volkomen verklaard, als ontstaan uit t a k u -. Of s e, naar heneden, is, mag betwijfeld worden. Te oordeelen naar de vertolking: «to leave a place all without exception», moet hier 't begrip van «geheel» er in liggen, zoodat men geneigd is er in te zien den stam van Mota ge se, Pi. ke(Je, alle; Morlav ges, Motlav geh is een teeken van meervoud; in 't Nufoorsch is het s i.

Ahtet, ontmoeten. Mota tatu, vatatu. Ah is hier dus waarschijnlijk ontstaan uit h a (ouder v a) of a -j- h a.

Aiitiji, zoeken, onderzoeken. Jav. tilik, komen zien hoe het met iemand of iets gesteld is; Day. tilik, bezien, nazien. De / is in d overgegaan, die gepalatiseerd door de volgende z, daardoor j geworden is.

Ahungni, wekken. Mota vangvangov, Fi. vangona; transitief van Tag., Bis., Jav., Mal. ban gun, Mong. wangon, oprijzen1.

AhuyAjto foam atthemouth.Van huya of Uya; vgl.Oj.wërëh,schuim, Bat. bura, Malag. vory, Sund. budah, Tag., Bis. bula, Mal., Makass! busa, Mal. ook buhi, Fi. vuso, schuim; Mota usa, to foam at the mouth.

Ahving, wenschen te drinken, dorsten, Matth. 5, 6; Luk. 5, 39. Wijl dit een Desideratief is, moet in h het pref. hi, ouder vi, Fi. via, Sam. fia, Mao. h i a, gew. w h e, Flor. v i vervat zijn ; a h uit a -f- h i, Erom. e v i. Ving acht ik een gewijzigde uitspraak of spelling voor wing, door epenthese uit u n g i, voor u n i, u n u m, drinken, Fi. u n u m a en n g u n u, Oj., Mal. enz. i n u m. Het gewone woord voor «drinken» in A. is anders Umnyi (z. d.) Dat in t Desideratief een ander woord, althans een andere stam voorkomt, heeft zijn tegenhanger in e h te 1 e, hongeren, terwijl 't gewone woord voor «eten » g a i n g is.

Ahwai of Ahoai, afgrenzen. Waarschijnlijk uit a-huak-i, met transitiefsuffix van st. huak, hwak, dat vormelijk te vergelijken is met Jav. s u w a k, scheur, doch in beteekenis dichter staat bij s i w a k, afgescheiden; aniwak, afscheiden; een nieuwe verdeeling maken (van gronden); si wakan, een afscheiding of afdamming; hiervoor echter ook suwakan gebezigd; zoodat men mag aannemen dat su wak en si wak eigenlijk slechts varianten zijn.

Ahwaing, of Ahoaing, planten. Vgl. Sang., Sam. sua, planten; Erom. aseviëngi; de z'is het transitiefsuffix.

Ahwai lelgai, to plant weeds; to make a wilderness or a waste. Hoe deze twee beteekenissen te vereenigen zijn, is een raadsel. Het eerste ahwai

1 Ygl. De Fidjitaal (1886), blz. 188 [zie dezen herdruk, p. 88 hiervóór].

Sluiten